AMSTERDAM - De rechtbank in Amsterdam heeft vrijdag het beroep van Taïda Pasic tegen het besluit van minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie, ongegrond verklaard. In dat besluit heeft de minister geweigerd de Kosovaarse een verblijfsvergunning te geven zodat zij haar vwo-opleiding kon afmaken.

Taïda moet als gevolg van de uitspraak Nederland verlaten. Doet zij dat niet, dan kan ze worden uitgezet. Taïda kan tegen de beslissing van de rechter in beroep bij de Raad van State. Ze mag dat niet afwachten in Nederland, tenzij ze daar in een voorlopige voorziening om vraagt. Maar die kan volgens de advocate van Taïda, A. Hoftijzer, pas worden aangevraagd als er een uitzettingsdatum bekend is.

Gesprek

De vreemdelingenpolitie zal Taïda uitnodigen voor een gesprek over de te nemen stappen, zei een woordvoerder van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dat gesprek zal volgens hem op korte termijn plaatsvinden.

In de ogen van vreemdelingenrechter O. Korte heeft minister Verdonk juist gehandeld in de veelbesproken zaak-Taïda. De bewindsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat Taïda in de Servische hoofdstad Belgrado een machtiging tot voorlopig verblijf had moeten aanvragen en de beoordeling van die aanvraag daar had moeten afwachten. In plaats daarvan vroeg de Kosovaarse een Schengenvisum aan bij de Franse ambassade in Belgrado.

Examen

In een uitgebreide toelichting op zijn beslissing schrijft rechter Korte dat zijn uitspraak geen antwoord geeft op de vraag of Taïda hier haar vwo-examen mag doen. Dat is aan de minister, de uitspraak verbiedt haar dat niet. De uitspraak van Korte beslist over de vraag of minister Verdonk een verblijfsvergunning, waar Taïda om heeft verzocht om haar school te kunnen afmaken, mag afwijzen, terwijl de scholiere niet beschikt over een machtiging tot voorlopig verblijf. Die vraag heeft hij uitvoerig gemotiveerd met ja beantwoord.

In zijn toelichting wijst de rechter op de in 2001 ingevoerde, vernieuwde vreemdelingenwet en de bedoeling daarvan. Het zogeheten mvv-vereiste (het vereiste van een machtiging tot voorlopig verblijf) is daarin aangescherpt. Daarmee moest voorkomen worden dat vreemdelingen naar Nederland komen voordat vaststaat dat zij een verblijfsrecht hebben.

Uitzonderlijke gevallen

De zaak-Taïda draaide om de zogeheten hardheidsclausule. De minister kan, maar moet niet, aldus het vonnis van de rechter, een uitzondering maken op het mvv-vereiste, in uitzonderlijke gevallen. Zij heeft de zaak-Taïda niet als zo'n geval beoordeeld.