WILLEMSTAD - "Een enorme flater", zo omschrijft de Antilliaanse politicus Maurice Adriaens de kritiek die Paul Comenencia, gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Nederland, heeft geleverd op het programma Opsporing Verzocht.

Volgens Adriaens had Comenencia niet namens de Antillen moeten praten over een Arubaans probleem. Adriaens bekleedde de post van gevolmachtigde minister voor Comenencia.

Comenencia protesteerde woensdag tegen de uitzending van het programma over de verdwijning van de Amerikaanse toeriste Natalee Holloway op Aruba, omdat hoofdverdachte Joran van der Sloot in een reconstructie volgens hem als 'te bruin' was afgebeeld. Volgens Comenencia werden donkere personen daarmee gestigmatiseerd.

Volgens Maurice Adriaens is de kritiek volstrekt misplaatst. "Niet alleen is de uitzending een verantwoordelijkheid van het Arubaanse Openbaar Ministerie en niet van Opsporing Verzocht. Maar ook heeft Comenencia namens de Antillen gesproken over een probleem van Aruba. Terwijl Aruba helemaal geen problemen met de uitzending heeft." Comenencia moet zich volgens Adriaens ook helemaal niet met Aruba bemoeien.

Volgens Adriaens had Comenencia dan ook eerst overleg moeten voeren met zijn Arubaanse collega's en de makers van Opsporing Verzocht, voordat hij met zijn kritiek naar buiten kwam.