DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie koestert in de huidige fase van het hernieuwde onderzoek naar de Deventer moordzaak "geen twijfel aan de juistheid van het rechterlijk oordeel". Dat leidde tot twaalf jaar gevangenisstraf voor fiscaal-jurist Ernest Louwes. Hij vecht de juistheid van dat oordeel al jaren aan, met steeds groter wordende aanhang.

Het OM maakte maandag bekend dat het vervolgonderzoek gaat verrichten, in aansluiting op het zogeheten "oriënterend vooronderzoek", dat in januari van start ging.

Het doel van dat onderzoek is na te gaan of er feiten en omstandigheden waren die de rechter mogelijk tot een andere visie hadden gebracht als hij deze ten tijde van de berechting van Louwes had gekend. Louwes werd in allereerste instantie vrijgesproken, maar in hoger beroep veroordeeld. Ook een herzieningsproces leidde tot veler verrassing tot een veroordeling.

Campagne

Onder aanvoering van opiniepeiler Maurice de Hond kwam eind vorig jaar een campagne op gang om Louwes vrij te krijgen. Volgens De Hond heeft de vroegere klusjesman van het slachtoffer de moord op zijn geweten. Het slachtoffer was de weduwe Jacqueline Wittenberg (60). Zij werd in september 1999 doodgestoken in haar woning in Deventer.

Kernbewijs in het herzieningsproces was een hoeveelheid DNA-sporen op de blouse van het slachtoffer, afkomstig van Louwes. Hij fungeerde destijds als executeur-testamentair van de weduwe, wier man een groot vermogen had nagelaten.

Geweld

Volgens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) waren de sporen als gevolg van geweld op het kledingstuk terechtgekomen. Recent tegenonderzoek door een Brits forensisch instituut, FSS, zette die conclusies op losse schroeven. De sporen zouden ook op andere manieren op de blouse kunnen zijn gekomen, aldus FSS.

Het huidige onderzoek wordt geleid door de hoofdofficier van justitie in Zwolle/Lelystad. Eind vorige week stuurde hij zijn concept-eindrapportage naar het college van procureurs-generaal.

Onduidelijkheden

Deze geeft aanleiding tot nader onderzoek om nog bestaande vragen en onduidelijkheden "in het kader van objectieve en eerlijke waarheidsvinding" te beantwoorden en weg te nemen, aldus het college. Het onderzoeksteam moet binnen zes tot acht weken rapporteren.