DEN HAAG - De regionale rampenbestrijding schiet nog altijd tekort. Dat constateerde minister Remkes (Binnenlandse Zaken) maandag in een brief aan de Tweede Kamer. Hij roept de verschillende regio's op meer samen te werken en meer van elkaar te leren.

Ook moeten alle hulpdiensten in een regio vaker gezamenlijk oefenen en dient er snel een nieuw meldkamersysteem te worden ontwikkeld, stelt de minister. Hij reageert daarmee op de uitkomsten van onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV), die in de afgelopen drie jaar negen regio's heeft doorgelicht.

Daaruit blijkt dat er nog veel te verbeteren valt bij de regionale organisaties die zich bezighouden met de bestrijding van rampen of grote incidenten. In de afgelopen jaren zijn er al wel veel verbeteringen bedacht, maar het duurt soms erg lang voordat die de werkvloer bereiken.

Overbelasting

Zo doen regio's weinig om een overbelasting van de meldkamer bij een groot incident te voorkomen, terwijl de meldkamer in de eerste fase van een ramp cruciaal is. Ook houden direct betrokkenen, zoals functionarissen in de meldkamer, zich vaak niet aan de geldende procedures.

De inspectiedienst werkt met een speciale methode om te achterhalen of een regio in staat is om een echte ramp of crisis te bestrijden. Bij de negen onderzochte regio's is dankzij dat meetinstrument (Algemene Doorlichting Rampenbestrijding) zichtbare vooruitgang geboekt, aldus het ministerie.

Vanwege de huidige uitkomsten zal Remkes het onderzoek bij de overige zestien regio's versneld laten uitvoeren. Eind volgend jaar moeten alle regio's zijn doorgelicht.