LONDEN - Voor de eerste keer heeft een lid van de Iraakse regering het woord burgeroorlog in de mond genomen in een beschrijving van de toestand waarin zijn land zich momenteel bevindt. Plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken Ali Kamal deed zijn uitspraken zaterdag in een interview met de Arabischtalige afdeling van de Britse nieuwszender BBC.

"Irak verkeert sinds twaalf maanden in een staat van burgeroorlog", alhoewel "niet op grote schaal", aldus de onderminister. "Iedere dag worden sjiieten, soennieten, christenen en Koerden gedood, maar die burgeroorlog is nog niet officieel benoemd door de verschillende partijen in het conflict".

Geweld

De uitspraken van de minister kwamen een dag na de bloedige aanslag in een sjiitische moskee in Bagdad waarbij bijna tachtig mensen om het leven kwamen. De afgelopen jaren zijn door aanslagen, executies en andere moordpartijen duizenden Irakezen om het leven gekomen. Het geweld laaide sterk op na de aanslag in februari in de voor sjiieten belangrijke Gouden Moskee in Samarra.

Ook de Iraakse oud-premier Allawi zei onlangs dat in Irak een burgeroorlog woedt. De Iraakse regering en de Amerikaanse bezettingsmacht spreken steeds tegen dat de situatie met deze term kan worden omschreven en proberen vooral de aandacht te vestigen op de vooruitgang die in Irak wordt geboekt.

Intern rapport

Toch blijkt uit een intern rapport dat de Amerikaanse regering de situatie ernstiger beoordeelt dan dat het verhaal waarmee ze naar buiten treden. Dat meldde de website van The New York Times zondag. Een anonieme regeringsfunctionaris heeft het memo doorgespeeld aan de krant.

Het tien pagina's tellende document, dat is opgesteld door de Amerikaanse ambassade in Bagdad en hoge legerfunctionarissen, dateert van voor de aanslag in Samarra. De situatie in één Iraakse provincie, het overwegend soennitische Anbar, wordt omschreven als "kritiek". Zes provincies kregen het predikaat "ernstig" en acht andere "middelmatig". Alleen de drie overwegend Koerdische provincies in het noorden zijn volgens het rapport "stabiel".