DEN HAAG - Nederland doet te weinig om witwaspraktijken van criminelen aan te pakken. Dat stellen P. Verrest, wetgevingsjurist van het ministerie van Justitie en Y. Buruma, hoogleraar strafrecht in Nijmegen. "Waarom pakken we het criminele geld niet gewoon af", vragen ze zich af in de zaterdag verschenen Justitiële Verkenningen, een uitgave van het departement.

Volgens de auteurs van het artikel wordt met diepgaand financieel onderzoek naar crimineel geld pas begonnen na de aanhouding van een verdachte. Ze vinden dat te laat. Als iemand eenmaal vastzit, kunnen rechercheurs alleen maar de feiten reconstrueren, is het bezwaar. Verrest en Ybema roepen de liquidaties in het criminele milieu in november 2005 in herinnering.

De drie slachtoffers waren buiten bereik van de strafrechter gebleven. "Wat bij de bekende criminelen opvalt, is dat zij ondanks eerdere veroordelingen weliswaar niet stierven in glorie maar, op enkele uitzondering na, wel in rijkdom", aldus de schrijvers.

"In opgebouwd crimineel vermogen zit de kern van onaantastbaarheid van de top van de georganiseerde criminaliteit in Nederland", citeren de auteurs het Nationaal Dreigingsbeeld zware of georganiseerde criminaliteit (NDB) uit 2004.

Zij vinden dat een goede reden om de witwasbestrijding eens grondig tegen het licht te houden. Het bedrag dat per jaar door Nederlandse criminelen wordt witgewassen wordt geschat op 4 miljard euro.