DEN HAAG - Politici deden sinds 2005 121 keer aangifte van bedreiging in Den Haag. Dat blijkt uit het jaarverslag van het Openbaar Ministerie (OM). Daarvan zijn er nog 52 in onderzoek, zeven kwamen tot nu toe voor de politierechter of meervoudige kamer, aldus een woordvoerster van het OM.

Van de 69 behandelde zaken, waren er 32 niet op te lossen, die leidden tot een dood spoor. De meeste aangiften kwamen van de Tweede-Kamerleden Geert Wilders (Groep Wilders) en Ayaan Hirsi Ali (VVD). Verder meldden een aantal bewindslieden en enkele wethouders dat zij bedreigd waren.

Een keer seponeerde het OM een zaak wegens gebrek aan bewijs tegen de verdachte. De kinderrechter buigt zich vrijdag over de zaak van een minderjarige verdachte. Negentien zaken droeg het OM-Den Haag over aan andere afdelingen van het OM, van die zaken is niet bekend wat de uitkomst was.

Sinds februari 2005 worden in Den Haag aangiften van politici centraal bijgehouden. Een officier van justitie bekijkt de aangiften op strafbaarheid en beslist of een opsporingsonderzoek wordt ingesteld en of eventuele verdachten worden vervolgd.