Week minder les in voortgezet onderwijs

DEN HAAG - Scholieren in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs krijgen met ingang van komend schooljaar een week minder les. De Tweede Kamer besloot dinsdag dat de onderwijstijd op middelbare scholen 39 weken per jaar wordt, nu is dat nog veertig.

Minister Van der Hoeven (Onderwijs) wilde vasthouden aan de huidige veertig weken. Scholen zouden dan wel de mogelijkheid krijgen om daar twee weken vanaf te halen voor andere bezigheden dan lesgeven. Deze zouden gericht moeten zijn op de ontwikkeling van het onderwijs. Maar de Kamer vreest dat scholen dan massaal op het minimum van 38 weken lestijd zouden gaan zitten.

Het onderwijs had graag gezien dat scholen meer de ruimte zouden krijgen bij de planning van de lessen en omarmden het meer flexibele voorstel van de minister. De verplichting om minimaal 39 weken les te geven, getuigt van weinig vertrouwen in de scholen, liet een aantal onderwijsorganisaties de Tweede Kamer deze week weten. Een minimum van 39 weken noemen de scholen niet uitvoerbaar.

Andere opzet onderbouw

De nieuwe regels voor de lesuren maakt deel uit van een andere opzet van de onderbouw van het voortgezet onderwijs waar de Tweede Kamer dinsdag mee instemde. Middelbare scholen kunnen komend schooljaar de veel bekritiseerde basisvorming al gaan inruilen voor de nieuwe onderbouw.

Vrijheid

De basisvorming scheerde de leerlingen te veel over één kam en schreef te exact voor wat ze allemaal moesten leren. In de nieuwe onderbouw is het aantal kerndoelen, waarin staat wat leerlingen moeten kennen, sterk teruggebracht. Bovendien krijgen scholen veel meer vrijheid om zelf te bepalen hoe ze lesgeven. Dit is allemaal niet verplicht, scholen mogen ook vasthouden aan de basisvorming.

In de nieuwe onderbouw kunnen scholen ervoor kiezen combinaties van vakken door een beperkt aantal docenten te laten geven. Dan kunnen er ook leraren zijn die een ander vak gaan geven dan waarvoor ze zijn opgeleid. Bij veel partijen in de Tweede Kamer bestonden daar zorgen over omdat er meer ruimte zou komen om te werken met minder bekwame leerkrachten.

De Kamer nam uiteindelijk een wetswijziging aan waarin staat dat leerkrachten ook iets te zeggen krijgen over de collega's die zich op hun terrein gaan begeven en hoe deze hun tekortkomingen moeten wegwerken. Daarna was er alsnog een ruime meerderheid voor de wet die de nieuwe onderbouw van het voortgezet onderwijs regelt.

Tip de redactie