DEN HAAG - De luchtverkeersleiding van Schiphol had de bemanning van een toestel van easyJet, dat in 2003 in een slip raakte, beter moeten informeren over de gladheid op de taxibanen. Dat heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid donderdag vastgesteld na onderzoek van het ongeval.

De raad telt in het rapport een aantal tekortkomingen op Schiphol wat betreft de omgang met en bestrijding van gladheid. In dit geval duurde het te lang voordat de luchthaven de gladheid te lijf ging. Ook werden verkeersleiding en de aanwezige vliegtuigen niet tijdig ingelicht over de glibberige banen.

Structureel veiligheidstekort

Het is niet de eerste keer dat de weersinformatie van Schiphol bekritiseerd wordt. In 2001 stuurde de voorganger van de onderzoeksraad, de Raad voor de Transportveiligheid, aan op betere weerberichten aan bemanningen. Omdat het ongeval met easyJet bewijst dat de problemen nog onvoldoende zijn opgelost, is er volgens voorzitter P. van Vollenhoven van de onderzoeksraad sprake van een "structureel veiligheidstekort".

De Raad adviseert Schiphol, easyJet en de luchtverkeersleiding de huidige regels voor de omgang met bijzondere weersomstandigheden aan te scherpen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet zich nationaal en internationaal inzetten voor extra regels voor de "gesteldheid van rijbanen en platforms op luchthavens", meent de Raad.

Bochten

Het toestel van easyJet raakte op 22 december 2003 in de slip door gladheid. Hierbij reed het toestel tegen een lichtmast en raakte het van de baan. Omdat op de gladde baan minder scherpe bochten gemaakt konden worden, besloot de easyJet-bemanning eigenhandig af te wijken van de taxiroute die de luchtverkeersleiding had uitgestippeld.