Overlevenden Schipholbrand beginnen procedure

HAARLEM - Een groep overlevenden van de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost is een procedure begonnen tegen het ministerie van Justitie, de Rijksgebouwendienst en de gemeente Haarlemmermeer.

De groep bestaat uit 21 mensen die de brand hebben overleefd en menen dat hen psychisch letsel is toegebracht. Bij de brand, op 27 oktober vorig jaar, kwamen elf mensen om het leven.

Volgens de groep was het complex niet brandveilig, zijn er grote risico's genomen en is er ten tijde van de felle brand een aanzienlijk aantal fouten gemaakt. Aan de hand van een zogeheten voorlopig getuigenverhoor willen de overlevenden aantonen dat zij recht hebben op schadevergoeding.

Volgens het verzoekschrift dat letselschadeadvocaat M. de Witte namens de groep van 21 bij de rechtbank heeft ingediend, hebben de overlevenden een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Zij waren "doodsbang", aldus De Witte.

Aansprakelijkheid

Volgens advocaat De Witte hebben de overlevenden voor hun procedure niets aan de uitkomsten van diverse andere onderzoeken naar oorzaak en gevolg van de brand en de mogelijk daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid. Onder meer omdat getuigen niet onder ede zijn gehoord. De Witte heeft een lijst met getuigen ingediend.

Hij wil in eerst instantie vijf mensen horen die tijdens de brand in het cellencomplex aan het werk waren. "Ik begin onderaan", zegt De Witte. Uiteindelijk wil hij ook de ministers Verdonk van Vreemdelingenzaken en Donner van Justitie als getuige horen.

In zijn verzoekschrift verwijst De Witte uitvoerig naar een eerdere rapportage van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra), naar aanleiding van een brand die in november in het complex op Schiphol-Oost woedde. Toen vielen er geen doden.

Volgens De Witte zijn ondanks aanbevelingen van het Nibra over verbeteringen op het gebied van brandveiligheid geen of nauwelijk adequate maatregelen genomen.

Tip de redactie