AMSTERDAM - Op de begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam is vrijdag de bouw van het Nederlands Uitvaartmuseum begonnen. Vanaf begin 2007 geeft het museum een beeld van de geschiedenis van de uitvaart in Nederland, liet projectleider Guus Sluiter weten.

In het museum zullen lijkkoetsen, grafzerken, dodenlantaarns en rouwsieraden te zien zijn. De hoogtepunten uit de collectie zijn volgens Sluiter de verschillende lijkkoetsen en de haarschilderijen. Dat zijn voorstellingen ter nagedachtenis van een overledene waarin haar van die persoon is verwerkt.

Kenniscentrum

Het museum zal niet alleen objecten tentoonstellen, maar moet ook een 'kenniscentrum' worden voor studenten en mensen uit de uitvaartwereld. Zij kunnen er boeken en tijdschriften raadplegen over de dood. Daarnaast gaat het museum debatten, lezingen en filmvoorstellingen organiseren.

Een deel van de tentoonstellingsruimte komt in de vroegere, monumentale directeurswoning van De Nieuwe Ooster. Voor het overige deel laat Stichting Nederlands Uitvaartmuseum, de initiatiefnemer, een nieuw gebouw bouwen.

Lange voorbereiding

De komst liet lang op zich wachten. De Stichting Nederlands Uitvaartmuseum zag al in 1990 het licht. Volgens Sluiter duurde het zo lang, omdat het niet gemakkelijk was een collectie op te bouwen, geld bij elkaar te krijgen en vooral een juiste locatie te vinden.

Vreemd gevoel

De geestelijk vader van het museum is funerair historicus Henk Kok, die een standaardwerk schreef over de geschiedenis van de uitvaart in Nederland. Hij ijverde jarenlang voor de komst van het museum en was mede-oprichter van de Stichting Nederlands Uitvaartmuseum. Dat het er eindelijk komt, geeft Kok "een beetje een vreemd gevoel". Kok: "Er zijn jaren geweest dat ik nog wel enthousiast was, maar er eigenlijk niet meer in geloofde."

Tijdens de ceremonie die de bouw inluidde, begroeven de initiatiefnemers een urn op de plek waar het museum komt. Daarin zitten documenten over de manier waarop Nederlanders tegenwoordig de laatste eer aan hun overledenen bewijzen. Over honderd jaar graaft het museum die weer op.