NIJMEGEN - Het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) in Nijmegen heeft zogenoemde vooruitwerklabs ontwikkeld voor hoogbegaafde kinderen uit de hoogste klassen van het basisonderwijs. In het vooruitwerklab leren groepjes hoogbegaafde kinderen om samen te werken, hulp te vragen en te geven en kunnen zij zich verder ontwikkelen.

Het CBO is in september 2005 met de eerste twee groepen begonnen. Inmiddels is de voorziening volgens de organisatie zo'n succes dat kinderen uit het hele land worden aangemeld. Het CBO wil daarom uitbreiden in andere delen van het land. Het ministerie van Onderwijs heeft daar al belangstelling voor getoond, aldus het CBO.

Ongeveer 40.000 kinderen in het basisonderwijs zijn hoogbegaafd. Sommige kinderen reageren goed op verrijkingsmateriaal, maar een grote groep hoogbegaafden gaat onderpresteren of vervelen. De kinderen kunnen moeilijk samenwerken, omdat ze alles altijd het beste weten. Tegelijkertijd voelen ze zich minderwaardig, omdat ze bijna nooit een beurt krijgen.

Vooruit

In het vooruitwerklab werken groepjes van tien kinderen in tien bijeenkomsten samen aan moeilijke opdrachten. Zo moeten zij leren dat zij zelf ook niet alles weten en kunnen, maar dat hulp vragen gewoon is. Ook kunnen ze zich verder ontwikkelen, wat hoogbegaafde kinderen meestal fijn vinden.

Volgens het CBO gaan de eerste twintig deelnemers inmiddels weer met plezier naar school. Ze zijn actiever en socialer geworden. Het CBO gaat nu op zoek naar fondsen om meer lesmateriaal te ontwikkelen voor vervolgcursussen, aldus een woordvoerster.