DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) en enkele advocaten in de zaak van de zogenoemde metselmoorden kunnen het maar niet eens worden over een onderzoek naar bloedspetters. Dat bleek maandag bij een pro-formazitting voor de rechtbank in Den Haag.

De twist gaat om een contra-expertise naar bloedspatten in de Haagse woning waar in de zomer van 2004 , twee inwoners van de Zaanstreek werden vermoord. De advocaten F. van Ardenne en M. van Stratum willen een tegenonderzoek omdat zij het niet eens zijn met de conclusies die justitie trekt uit een eerder onderzoek.

Op oorlogspad

Het patroon waarin de spetters op de muren zijn terechtgekomen, zou iets kunnen zeggen over wat zich in de woning heeft afgespeeld. De deskundige die de advocaten de rechtbank hebben voorgesteld, is volgens het OM niet objectief omdat hij "op oorlogspad" zou zijn tegen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) sinds hij daar niet meer werkt.

Op 12 augustus 2004 zijn de slachtoffers gedood in een woning aan de Cartesiusstraat in Den Haag. De 36-jarige R.D. heeft tegen de politie gezegd dat hij de mannen in zijn eentje met messteken heeft gedood. Het OM gelooft niet dat hij er alleen voor stond, onder meer omdat D. klein van stuk is en zijn slachtoffers grote forse mannen waren. De lijken zijn later ingemetseld in een huis in een andere wijk van Den Haag, waar de politie ze eind september vond.

D.'s 59-jarige vader B.D. zit ook vast wegens betrokkenheid. Zijn 35-jarige broer werd eind januari aangehouden in India, waar hij na het incident naartoe vluchtte. In totaal heeft justitie negen verdachten aangehouden. Het kan nog maanden duren voor de rechtbank de zaak inhoudelijk behandelt.