DEN HAAG - De zaterdag overleden Slobodan Milosevic was het eerste staatshoofd ooit dat in naam van de hele mensheid werd berecht voor een hof van de Verenigde Naties. De wereldgemeenschap gaf daarmee het signaal af dat ook presidenten niet meer vrijuit mogen gaan voor ernstige oorlogsmisdaden.

Het marathonproces voor het Joegoslavië-Tribunaal, dat op 12 februari 2002 begon, werd ook gezien als belangrijk precedent voor het eveneens in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof (ICC). De aandacht van het publiek voor het "proces van de eeuw" was echter de afgelopen tijd wat verslapt, mede door de lange duur van de rechtszaak.

Nationalisme

Milosevic maakte carrière in de communistische partij van het oude, verenigde Joegoslavië. Hij ontdekte vervolgens dat je in Servië met nationalisme nog meer mensen achter je kunt krijgen.

Eind jaren tachtig kwam het in Kosovo tot incidenten tussen Serviërs en Albanezen. "Niemand heeft het recht jullie te slaan", zei Milosevic tijdens een steunbezoek aan Kosovo-Serviërs. Hij werd daardoor snel razend populair.

Toespraken

Maar met zijn Servisch-nationalistische toespraken joeg hij de andere bevolkingsgroepen in ex-Joegoslavië tegen zich in het harnas. Zo gaven steeds meer Kroaten hun steun aan het Kroatisch nationalisme van Franjo Tudjman. Macedonië mocht vreedzaam uit het oude Joegoslavië van Tito. Schermutselingen waren er om de onafhankelijkheid van Slovenië.

Om Kroatië kwam het tot een heuse oorlog. Het Joegoslavische leger schoot de Kroatische stad Vukovar in puin. Vol ongeloof zagen de televisiekijkers in 1991 beelden die in Europa tot een ver verleden leken te behoren.

Burgeroorlog

In Bosnië werd het nog erger met een burgeroorlog van drie jaar die meer dan 100.000 levens eiste. In 1992 zag de wereld tv-beelden van concentratiekampen, iets wat in Europa ook moeilijk voorstelbaar leek. Uiteindelijk trok Milosevic zijn handen af van de Bosnisch-Servische leiders Karadzic en Mladic.


Het hoofdkantoor van Milosevic' Socialistische Partij getroffen door een NAVO-bombardement op 21 april 1999

Nadat de NAVO de Bosnische Serviërs flink had gebombardeerd, mocht Milosevic in 1995 mede namens hen komen aanschuiven bij de vredesonderhandelingen in het Amerikaanse Dayton. Milosevic was toen nog welkom in de buitenlandse hoofdsteden. Hij werd gezien als een noodzakelijk kwaad, iemand met wie je moest onderhandelen als je iets wilde oplossen in de Balkancrises.

Gruweldaden

In de Kosovo-crisis maakte Slobo' het uiteindelijk te bont. Na tal van gruweldaden waarvan de Albanese bevolking het slachtoffer werd, besloot de internationale gemeenschap in 1999 tot bombardementen op Joegoslavië om het toelaten van een internationale vredesmacht in Kosovo af te dwingen. Na enkele weken stemde Milosevic in met KFOR, de door de NAVO geleide vredesmacht voor Kosovo. De Servische provincie staat sindsdien onder VN-bestuur.

Tijdens die bombardementen klaagde het Joegoslavië-Tribunaal Milosevic aan voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kosovo. Later klaagde hoofdaanklaagster Carla Del Ponte hem ook aan wegens oorlogsmisdaden in Kroatië en Bosnië.

Milosevic verloor in 2000 de Joegoslavische presidentsverkiezingen. De Servische premier Djindjic liet hem in juni 2001 naar Den Haag overbrengen. Voor het VN-hof toonde Milosevic zich rebels: hij zei dat hij het "illegale" VN-hof niet erkende en dat de leiders van de NAVO, die Joegoslavië in 1999 lieten bombarderen, de ware misdadigers zijn.