DEN HAAG - De loopbaan van Jozias van Aartsen kent een grillig verloop. De VVD'er heeft periodes waarin hij door vriend en vijand de hemel in geprezen wordt, maar ook momenten waarop niemand nog een cent geeft voor zijn politieke toekomst. Soms wisselen lof en verguizing elkaar wel erg snel af. Zo werd hij in 2003 door de parlementaire pers uitgeroepen tot beste politicus van het jaar. In 2004 eindigde hij als slechtste.

Hoewel de op 25 december 1947 in Den Haag geboren Van Aartsen de politiek met de paplepel ingegeven kreeg (zijn vader was namens de ARP in het kabinet-De Quay (1959-1963) minister van Volkshuisvesting), duurde het tot 1994, voor hij als politicus actief werd. Hij trad toen als minister van Landbouw toe tot het eerste paarse kabinet.

Topambtenaar

De liberaal had inmiddels wel al naam gemaakt als topambtenaar. Nadat hij zijn carrière was begonnen als medewerker van de VVD-fractie en directeur van het wetenschappelijk bureau van de liberale partij, vervulde hij diverse hoge posten op het departement van Binnenlandse Zaken. Van 1985 tot 1994 was hij daar secretaris-generaal.

Als bewindsman op Landbouw maakte de zelfverzekerde Van Aartsen een goede indruk. Kritiek uit de agrarische wereld weerhield hem er niet van harde saneringen door te voeren in de varkenssector. Hij wist hiermee waardering te verwerven van onder anderen PvdA-minister De Boer van Milieu.

Beloning

De beloning bleef niet uit. Toen in 1998 Paars-2 de trappen van paleis Huis ten Bosch beklom, mocht Van Aartsen zich minister van Buitenlandse Zaken noemen. "Een prima kandidaat", meende toenmalig VVD-leider Bolkestein.

Maar dat viel tegen. Na een veelbelovend begin kreeg de nieuwe man op Buitenlandse Zaken het hard voor zijn kiezen. Internationale kritiek was zijn deel toen hij in 1999 zijn mond voorbij praatte over de komende NAVO-bombardementen op Servië. En met premier Kok maakte hij openlijk ruzie over de Nederlandse kandidatuur voor een hoge VN-post.

Miskleunen

Naast een aantal inhoudelijke miskleunen riep ook de wat parmantige stijl van de bewindsman irritatie op. "Buitenlandse politiek is meer dan een mooi krijtstreeppak en je talen spreken", sneerde CDA'er Verhagen, met wie hij later overigens dikke maatjes zou worden.

Bij de formatie van het eerste kabinet-Balkenende was er voor Van Aartsen dan ook geen ministerspost meer weggelegd. Hij moest genoegen nemen met het Kamerlidmaatschap. Menigeen verwachtte dat hij de politiek snel de rug zou toekeren.

Fractie kiest

Maar dat gebeurde niet. Van Aartsen nam het parlementaire werk serieus en enthousiast ter hand en blonk uit in debatten over Irak en de Margarita-affaire. Na het snelle einde van Balkenende-1 keerden dan ook zijn kansen. Kortstondig VVD-fractieleider Zalm had alweer genoeg van de Kamer en werd na de vorming van Balkenende-2 opnieuw minister van Financiën. Zalm had voormalig defensieminister Frank de Grave op het oog als zijn opvolger, maar de fractie koos voor Van Aartsen.

Aanvankelijk leek hij op zijn nieuwe post een groot succes. Zijn welsprekendheid en gevatheid in debatten oogstten bewondering en de parmantigheid die hem als minister wel verweten werd, gold plotseling als een charmant trekje. "Niemand loopt zo mooi met een hand in de zak als Jozias van Aartsen", schreef Volkskrant-columnist Martin Bril.

Kritiek

Maar weer veranderde de lof al snel in kritiek. Die gold vooral het 'personeelsbeleid' van Van Aartsen. Zo opereerde hij weinig standvastig bij het aftreden van VVD-staatssecretaris Nijs (Onderwijs). Eerst hield hij haar de hand boven het hoofd, maar hij liet haar - na een overleg met Zalm - alsnog vallen.

Ook het conflict met de opstandige Geert Wilders pakte Van Aartsen volgens veel partijgenoten niet handig aan. Hij liet het te lang slepen en wist uiteindelijk niet te voorkomen dat Wilders uit de fractie stapte om voor zichzelf te beginnen. Pijnlijk was in 2005 de ruzie met fractiegenoot Hofstra over de kilometerheffing, waarbij Van Aartsen eerst een hoge toon aansloeg en vervolgens door het stof moest.

Leider van de VVD

Een handicap voor Van Aartsen vormt het feit dat hij niet onbetwist de leider van de VVD is, zoals zijn voorgangers Wiegel en Bolkestein dat wel waren. Ook Zalm - de lijsttrekker bij de laatste verkiezingen - kan immers aanspraak maken op die titel. Een poging van Van Aartsen om zich alsnog tot leider te laten kronen liep tijdens een partijcongres in november 2004 uit op een halve mislukking. Hij bracht het niet verder dan de status van 'aanvoerder'. Het begrip 'leider' bestaat niet binnen de VVD, verklaarde partijcoryfee Vonhoff tijdens de bijeenkomst. De aanwezigen wisten wel beter.