'Sovjet-Unie zat achter moordaanslag op paus'

ROME - De voormalige Sovjet-Unie was verantwoordelijk voor de moordaanslag op paus Johannes Paulus II in 1981. Dat is de conclusie van een donderdag openbaar gemaakt rapport van een Italiaanse parlementaire commissie. "De commissie gelooft stellig dat de leiding van de Sovjet-Unie het initiatief nam om paus Johannes Paulus II te elimineren", aldus het rapport.

De Sovjet-leiders zouden de geheime diensten opdracht hebben gegeven "om alle operaties in het werk te stellen om een misdaad van uitzonderlijke ernst te plegen, zonder hedendaags vergelijk".

Een woordvoerder van de buitenlandse inlichtingendienst SVR in Rusland sprak donderdag van een "absurde" beschuldiging. Hij zei dat het Italiaanse rapport elke realiteitszin ontbeert.

De parlementaire commissie doet onderzoek naar de onthullingen van de Sovjet-archivist Vasili Mitrochin, die in 1992 naar het westen overliep. Johannes Paulus II werd op 12 mei 1981 neergeschoten op het Sint Pietersplein door de Turk Mehmet Ali Agca. Die werd onmiddellijk overmeesterd.

Hervorming

Rond die tijd kwam in het vaderland van de paus, Polen, een hervormingsgezindheid op gang die uiteindelijk zou leiden tot de val van het Sovjet-imperium. De paus steunde de Poolse vakbond Solidariteit. Volgens historici speelde hij een sleutelrol in de aanloop naar de eerste vrije verkiezingen in Polen en de val van de Berlijnse muur in 1989.

Johannes Paulus II schreef vorig jaar zelf in het laatste boek van zijn hand dat Agca niet alleen verantwoordelijk was voor de aanslag. Volgens de vorige paus "was iemand anders het brein en heeft iemand anders de opdracht gegeven". De Italiaanse parlementaire commissie besloot daarop het onderzoek te heropenen, nadat in 1986 een connectie met de Bulgaarse geheime diensten niet kon worden bewezen.

Tip de redactie