BRUSSEL - De Nederlanders blijken hun talen te kennen: 75 procent zegt minstens twee buitenlandse talen te kunnen spreken. Alleen de Luxemburgers scoren beter in meertaligheid. In het groothertogdom spreekt 93 procent twee of meer talen, zo blijkt uit onderzoek van de Europese Commissie.

De commissie ondervroeg in november bijna 30.000 burgers in de 25 EU-landen en de kandidaatlanden Bulgarije, Roemenië, Kroatië en Turkije. De EU heeft als doel dat op den duur alle EU-burgers in twee buitenlandse talen een gesprek kunnen voeren. Nu spreekt gemiddeld 28 procent van de EU-burgers twee of meer talen naast zijn moedertaal.

Zinnig

Maar weinig Nederlanders vinden dit doel zinnig, zo blijkt ook uit de enquête. Slechts 33 procent is het eens met de stelling: alleen in Frankrijk, Slowakije, Zweden en Bulgarije zijn er minder voorstanders van de dubbele meertaligheid.

Basisschool

De meeste Europeanen (55 procent) vinden wel dat kinderen al op de basisschool een andere taal moeten leren. Nederlanders geven dan de voorkeur aan Engels (90 procent), Duits (40 procent), Frans (22 procent), maar ook Spaans (21 procent).

Televisie kan ook helpen om te wennen aan een buitenlandse taal. De meeste Europeanen (56 procent) geven echter de voorkeur aan nasynchroniseren in plaats van ondertitels.