KERKRADE/DENHAAG - Niet iedere dode vogel is onmiddellijk een verdacht vogelgriepslachtoffer. Om mensen die een dode vogel vinden te helpen, hebben de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en de Algemene Inspectiedienst (AID) een protocol opgesteld om onderscheid te maken tussen verdachte en niet-verdachte exemplaren.

"Niet elke dode vogel is reden tot ongerustheid", zei AID-woordvoerder R. Vincken dinsdag. Bepalend voor de verdenking zijn de vogelsoort en het gevonden aantal dode dieren. Zo is elke dode zwaan en elke dode reiger verdacht, maar zien de inspectiediensten bij ganzen en eenden pas reden tot onderzoek, als vijf of meer dode exemplaren gevonden worden.

Bij andere alledaagse vogels die in achtertuinen, natuurgebieden en langs de kust voorkomen zoals meeuwen en spreeuwen, is pas sprake van verdachte gevallen als twintig of meer dode dieren bij elkaar liggen. "Het is een beetje om de ongerustheid weg te nemen en om mensen bewust te maken dat vogels ook een natuurlijke dood kunnen sterven. Zeker nu aan het eind van de winter."

De AID ontvangt dagelijks rond 150 meldingen van gevonden dode vogels. De inspectiedienst maakt een eerste selectie, waarna de VWA bepaalt welke kadavers onderzocht moeten worden op aanwezigheid van het gevaarlijke H5N1-virus.