HAARLEM - De Libiër die wordt verdacht van brandstichting in het gevangeniscomplex op Schiphol waardoor eind oktober elf mensen om het leven kwamen, heeft op twee plekken in zijn cel brand gesticht. Dat zei officier van justitie M. Veneberg vrijdag voor de rechtbank in Haarlem, die zitting houdt op Schiphol.

Volgens het OM heeft hij spullen op het bovenste bed van zijn stapelbed verbrand en heeft hij zijn prullenbak in de fik gestoken. Zijn advocaat R. Ketwaru bestrijdt die versie. Zijn 23-jarige cliënt Achmed Al-J. ontkent dat hij het vuur op zijn cel heeft aangestoken.

Roken

De Libiër heeft verklaard dat hij lag te roken op het onderste bed en hij heeft de peuk, waarvan hij dacht dat die was gedoofd, weggegooid. De verdachte werd naar eigen zeggen later wakker door pijn aan zijn voeten, aldus de raadsman.

Ketwaru: "Mocht al komen vast te staan dat de sigaret van mijn cliënt de oorzaak is van de brand, dan is er sprake van een verschrikkelijk ongeluk." Veneberg haalde nog een verdachte aan die heeft verklaard dat de Libiër hem heeft verteld "waarom hij de brand heeft gesticht".

Psychische klachten

De verdachte verbleef in het cellencomplex op Schiphol in afwachting van zijn uitzetting. Hij raakte zelf zwaargewond door de brand. Daar was op de zitting vrijdag weinig van te zien. Hij zei last te hebben van trillingen in zijn vingers en bonken in zijn hoofd. Ook heeft hij psychische klachten, omdat hij alleen in een cel zit.

Ketwaru vroeg de rechtbank de voorlopige hechtenis van zijn cliënt op te heffen. Het OM verzette zich daar tegen, omdat de man illegaal in Nederland verblijft en vluchtgevaarlijk is. De rechtbank wees het verzoek van de raadsman af.

Omstandigheden

Aanklaagster Veneberg gaf aan dat het OM nog volop bezig is met onderzoek. Zo onderzoekt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) welke omstandigheden van invloed zijn geweest op de rookontwikkeling in het cellencomplex. "Dat kan het weer zijn, maar ook het gebruikte materiaal op de cel", aldus Veneberg. Ze sprak van een brand "die zijn weerga niet kent in de Nederlandse geschiedenis en die diepe maatschappelijke wonden heeft geslagen".

Verder doet de recherche onderzoek naar de bouw van het cellencomplex, hoe het in gebruik is genomen en in gebruik is gehouden. Ketwaru verwees in zijn betoog naar "de fouten in het systeem" die in de nacht van de brand op 26 op 27 oktober duidelijk naar voren zijn gekomen. Zo werd in eerste instantie gemeld dat er brand was in de D-unit. De brandweer werd afgebeld, toen dat niet bleek te kloppen. Er was echter wel degelijk brand, maar in de K-unit. De brandweer werd opnieuw gebeld. Volgens Ketwaru duurde het zestien minuten voordat die ter plaatse was, volgens het OM acht.

Zondebok

Vervolgens ging het fout bij het hek, aldus Ketwaru. De brandweer stond aan een verkeerde poort, die niet open kon. "Zo gingen kostbare minuten verloren." Volgens de advocaat zoekt het OM een zondebok en is hier sprake van een "tunnelvisie". "Maar mijn cliënt is eerder slachtoffer dan dader."

De rechtszaak is voor maximaal drie maanden aangehouden.