ROTTERDAM - Het seksueel misbruik en de mishandeling van Rotterdamse pubers in huiselijke kring is aanzienlijk. Dat blijkt uit nog niet eerder gepubliceerde cijfers van de Rotterdamse Jeugdmonitor van de GGD. De GGD interviewde 10.000 scholieren. Van de meisjes zeiden er 429 thuis te worden mishandeld. 238 gaven aan seksueel te worden misbruikt. Van de jongens zeiden respectievelijk 367 en vijftig hetzelfde.

Wethouder M. van den Anker (Veiligheid en Gezondheidszorg) maakte de cijfers bekend op haar weblog. Van den Anker leidde woensdag op een congres over zorg en onderwijs een workshop over kindermishandeling. "Op een totaal van 10.000 geïnterviewde opgroeiende kids zijn dit aanzienlijke cijfers", zei de wethouder.

De scholieren zitten in de brugklas of de derde klas van het voortgezet onderwijs.

Kwetsbaarder

De cijfers uit de Jeugdmonitor 2004-2005 zijn volgens de wethouder (Leefbaar Rotterdam) nog niet geanalyseerd. "Wel lijken kinderen in de derde klas aanzienlijk kwetsbaarder te zijn dan in de brugklas, omdat in de derde klas mishandeling en misbruik vaker voorkomt", aldus Van den Anker.

Volgens de wethouder is het nog niet duidelijk of het misbruik en de mishandelingen thuis, op straat, op school of in clubverband voorkomen. Uit de duizenden meldingen die jaarlijks bij Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) binnenkomen, blijkt echter dat in 80 procent van de gevallen een of beide ouders de daders zijn.

Harde aanpak

Van den Anker pleit voor een harde aanpak. Kinderen zouden al voor zij geboren worden, onder toezicht van de Staat moeten komen wanneer er risico is op mishandeling, misbruik of doding, vindt zij. Ook zouden gedwongen zwangerschapsonderbreking en gedwongen anticonceptie uit de taboesfeer moeten worden gehaald.

Als het aan Van den Anker ligt gaan deze onorthodoxe maatregelen gelden voor verslaafde (Antilliaanse) tienermoeders en verstandelijk gehandicapten.