DEN HAAG - Minister Van der Hoeven (Onderwijs) vindt dat Taïda Pasic uit Kosovo in Nederland haar school mag afmaken. Op haar weblog meldt de minister de afgelopen weken van vele kanten te zijn bestookt met e-mails over de vwo-scholiere uit Winterswijk.

"Ik heb de briefschrijvers laten weten vanuit mijn verantwoordelijkheid als minister voor Onderwijs sympathiek te staan tegenover hun wens om Taïda in Nederland haar diploma te laten halen", schrijft ze. "Maar ik heb daarbij tegelijk aangegeven dat ik er geen enkele zeggenschap over heb."

Van der Hoevens collega Verdonk (Vreemdelingenzaken) wil Taïda het land uitzetten, maar de rechtbank in Amsterdam besloot onlangs dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de aanvraag voor een voorlopige verblijfsvergunning van de Kosovaarse opnieuw tegen het licht moet houden.

Uitspraak

Van der Hoeven meldt verder dat zij Verdonk nog eens op de kwestie heeft gewezen. "Zij is het, die namens het kabinet de besluiten neemt en ik zal me daar onder alle omstandigheden naar voegen." De IND, die de aanvraag van Pasic om in Nederland haar school te mogen afmaken al twee keer heeft afgewezen, komt binnenkort met een uitspraak.

Vragen

Voor GroenLinks is de zaak opnieuw aanleiding om vragen te stellen aan Verdonk. Het Tweede Kamerlid Vos wil dat Verdonk naar Van der Hoeven luistert. Vorige week stelde GroenLinks nog mondelinge vragen over de weigering van de IND om Taïda een tijdelijke verblijfsvergunning te verlenen.