DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de bestrijding van de jeugdwerkloosheid door het kabinet slagvaardiger moet. Zowel regeringspartijen CDA, VVD en D66 als de linkse oppositiepartijen vroegen staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken dinsdag om een "meer sluitende aanpak" en betere uitvoering van eerder ingediende voorstellen.

Zo zijn CDA en PvdA ontevreden over de invoering van de zogeheten no-riskpolis voor werkgevers om kansarme jongeren in dienst te nemen. Van Hoof is begonnen met een proef in drie gemeenten, waarbij werkgevers worden ontzien van kosten rond ziekteverzuim bij het aannemen van werkloze, onvoldoende geschoolde jongeren. Maar de twee partijen willen dat de no-riskpolis voor twee jaar wordt ingevoerd in de dertig grootste gemeenten.

Leerwerkplicht

De twee coalitiepartijen CDA en VVD eisten daarnaast een "sluitende aanpak" van de verwachte invoering van de leerwerkplicht tot 23 jaar. Volgens CDA-Kamerlid Van Hijum is naast de positieve prikkel voor werkgevers om kansarme jongeren aan te nemen ook aandacht nodig voor sanctiemogelijkheden voor de duizenden voortijdig schoolverlaters, die werkloos thuis komen te zitten.

Van Hijum: "Met de leerplicht tot 18 jaar worden jongeren bij wijze van spreken opgehaald als ze niet komen opdagen op school, maar hoe gaat dat straks voor de groep tot 23 jaar? Vaak zitten ze thuis en hebben ze ook geen uitkering, waarop ze gekort kunnen worden".

Internaat

De CDA'er en zijn collega Van der Sande van de VVD noemen als serieuze optie het idee van de Taskforce Jeugdwerkloosheid om kansloze jongeren zonder werk of opleiding in een kazerneachtige omgeving onder te brengen. "Het kan ook een internaat zijn", aldus Van Hijum. Van Hoof moet gemeenten in ieder geval stimuleren om speciale voorzieningen te creëren om schoolverlaters met gedragsproblemen discipline en regelmaat bij te brengen zodat ze terugkunnen naar school of aan het werk gaan.

Verder eiste D66 met steun van PvdA en VVD van de staatssecretaris concrete doelen om de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren terug te dringen. Daarop stelde Van Hoof dat er maar een doel kan zijn. "Namelijk dat de werkloosheid evenredig wordt aan die onder autochtone jongeren."