ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam heeft de 21-jarige Bilal L. dinsdag veroordeeld tot een celstraf van drie jaar. De rechtbank acht bewezen dat L. vorig jaar in de gevangenis mensen heeft benaderd voor het leveren van wapens en explosieven en dat hij heeft geprobeerd medegevangenen te ronselen om aanslagen te plegen tegen de vijanden van de islam.

Het Openbaar Ministerie (OM) had drie jaar cel geëist. L. bekende bij een eerdere rechtszaak in februari 2005 dat hij Tweede Kamerlid Wilders had bedreigd op internet. De rechtbank veroordeelde hem daarvoor tot tien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. Door deze straf belandde hij aanvankelijk in de gevangenis. Daar maakte hij zich schuldig aan ronselpraktijken en probeerde hij aan wapens en explosieven te komen. Enkele weken na zijn vrijlating werd L. weer opgepakt.

Martelaar

De rechtbank rekent L. aan dat hij zich juist tijdens zijn hechtenis niet van zijn plannen heeft kunnen onthouden. "L. sprak met medegedetineerden over trainingskampen in Afghanistan. Hij zei dat het hem geweldig leek zich op te blazen op een drukke plek en te sterven als martelaar. L. minacht de Nederlandse samenleving, heeft geen respect voor andersdenkenden en geen mededogen voor de slachtoffers van zijn voorgenomen daden."

De belastende verklaringen die medegedetineerden en het gevangenispersoneel over L. aflegden, achtte de rechtbank betrouwbaar, al trok een deel van hen de verklaring achteraf in.

Huiszoeking

Bij een huiszoeking in het ouderlijk huis van L. werden een computer en een geheugenkaart gevonden met daarop honderden documenten over de jihad en het maken van bommen. De rechtbank acht bewezen dat de documenten niet achteloos op de USB-stick zijn gezet, zoals L. beweerde. Zij leidt dit af aan de grote hoeveelheid documenten, die uit verschillende mappen van de computer zijn gekopieerd, en het instructieve karakter ervan. L. had volgens de rechtbank wel degelijk de intentie aanslagen te plegen.

Raadman P. Jeeninga benadrukte dinsdag dat het gaat om oud materiaal. "Mijn cliënt is na zijn vrijlating niet op zoek gegaan naar nieuwe informatie." Of hij in hoger beroep gaat, moet hij nog met zijn cliënt bespreken.