BOGOTA - Twee medewerkers van de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG), een Brit en een Nederlander, die vijf dagen werden vastgehouden zijn donderdagavond in Colombia vrijgelaten. De hulporganisatie heeft dit bevestigd.

De twee, een logistiek medewerker en de 'head of mission', werden zaterdag in het noordwesten van het land ontvoerd door een gewapende groep. Die hielden hen vast in een dorpje in de provincie Norte de Santander niet ver van de Venezolaanse grens. De AZG'ers onderzochten de mogelijkheden in het gebied om de werkzaamheden van de organisatie uit te breiden.

Goede gezondheid

Volgens een woordvoerster van AzG in Nederland verkeren de twee in goede gezondheid. "Het gaat lichamelijk en geestelijk goed met ze. We hebben de families ingelicht."

Het Colombiaanse dagblad Vanguardia schreef dat de twee in handen zijn geweest van het Leger van Nationale Bevrijding (ELN). Dat zou volgens de krant van plan zij geweest hen uit te wisselen tegen de stoffelijke resten van een recent omgekomen ELN-leider, Wildemar Castro Lora. AzG bevestigde de berichten over de eis tot uitwisseling en meldde dat de medewerkers onvoorwaardelijk zijn vrijlaten door hun ontvoerders.

Het ELN is met circa 4000 strijders de tweede van origine linksradicale guerrillabeweging van Colombia. De grootste, oudste en door criminaliteit rijkste guerrillagroep van Latijns-Amerika is de FARC. Dat zijn de - ook van origine extreemlinkse - Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC).

Inkomsten

Voor de FARC zijn ontvoeringen een van de belangrijkste bezigheden en bron van inkomsten geworden. Zowel de ELN als de FARC zijn in Norte de Santander actief. Voorts zijn er extreemrechtse paramilitairen van de Verenigde Zelfverdedigingsstrijdkrachten van Colombia (AUC).

Artsen zonder Grenzen is sinds 1985 actief in Colombia en verleent er medische noodhulp aan mensen die van huis en haard verdreven zijn. Momenteel werken in het Zuid-Amerikaanse land 49 internationale en 150 lokale AzG-medewerkers.