DEN HAAG - Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft ernstige twijfels of de handelwijze van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) in de zaak van Taïda Pasic geoorloofd was. De toezichthouder op de bescherming van privacy onderzoekt de zaak en heeft de minister om opheldering gevraagd. J. Kohnstamm, voorzitter van het college, heeft dat dinsdag gezegd.

Verdonk haalde zondag hard uit naar de uit Kosovo afkomstige Pasic. Volgens een woordvoerder van Verdonk heeft de scholiere fraude gepleegd. Na de afwijzingen voor een verblijfsvergunning is Taïda op een Frans toeristenvisum naar Nederland gekomen. De woordvoerder noemde dat misbruik van de regels. Taïda wil een voorlopige verblijfsvergunning om haar vwo in Nederland te kunnen afmaken.

Tegengas

Verdonk verzocht het CBP vorig jaar een advies te geven over het plan van de minister voortaan publicitair tegengas te geven aan asielzoekers die onwaarheden in de media verkondigen. Het college noemde dat plan destijds "niet verenigbaar met het doel waarvoor die gegevens worden verzameld, namelijk het beoordelen van een asielverzoek".

Daarnaast vindt het college dat persoonsgegevens alleen openbaar gemaakt mogen worden als het niet verstrekken ervan de "goede taakvervulling daadwerkelijk in gevaar brengt". Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden zou dat het geval zijn.

Uitspraak

De rechtbank in Amsterdam oordeelde vorig week dat Taïda voorlopig in Nederland mag blijven. In de uitspraak stond dat de rechtbank vindt dat "de beslissing van de minister om het meisje niet toe te staan haar vwo af te maken niet zorgvuldig is genomen, omdat op een aantal door het meisje aangevoerde argumenten niet of onvoldoende is gereageerd".