AMSTERDAM - Mohammed B. was donderdag in het extra beveiligde gerechtsgebouw in Amsterdam-Osdorp ruim 2,5 uur lang aan het woord. Naar zijn pleidooi was reikhalzend uitgekeken. Verwacht werd op zijn minst iets van een reactie op het betoog van de officieren van justitie Plooy en Van Dam, de aanklagers in het proces tegen de Hofstadgroep. Volgens de officieren is B. daarvan de spil geweest.

Die reactie bleef uit. Mohammed (27) had in zijn cel in de zwaar bewaakte gevangenis in Vught, waar hij een levenslange straf uitzit wegens de moord op Theo van Gogh, een geheel ander betoog voorbereid. Het uitspreken ervan had hij een dag eerder geoefend, liet hij de rechtbank weten. Zijn positie in het strafproces rond de Hofstadgroep liet hij geheel onbesproken, evenals die van zijn 'broeders', de dertien medeverdachten.

Citaten

Het was een betoog dat voor naar schatting 70 procent bestond uit langgerekte citaten, afkomstig uit, bijvoorbeeld, de Sesam Encyclopedie, War against Terrorism van Michael Ignatieff, Continenten in botsing (Time/Life-boeken), Terreur in naam van God van Jessica Stern en een tweetal columns van Paul Cliteur uit De Humanist. Mohammed B. las dus vooral voor. Zijn bronnen waren afkomstig uit de gevangenisbibliotheek.

Zijn inleiding bestond uit een geloofsbelijdenis in het Arabisch, vertaald door een tolk. B. droeg een zwart, traditioneel gewaad en had een roodwitte sjaal om zijn hoofd geknoopt. Hij genoot zichtbaar van de massale aanwezigheid van pers en publiek. Het was de dag van de 'Mohammed One Man Show'.

Bin Laden

Na de inleiding verwees B. nog wel even naar het requisitoir van de officieren van justitie. Zij hadden B. volgens hem vergeleken met terroristenleider Osama Bin Laden. "Dat u Osama Bin Laden met mij vergelijkt", aldus B, "doet die man veel te kort en u verleent mij daarmee te veel eer die mij niet toekomt. Maar dat u mij ziet als de zwarte vaandeldrager van de islam in Europa, vervult mij met eer, trots en blijdschap."

In een stortvloed van woorden probeerde B. duidelijk te maken dat de profeet Mohammed islamitisch geweld rechtvaardigt, in de strijd tussen de gelovigen en ongelovigen. De gelovigen die daarbij sneuvelen, wacht het paradijs. Daarop had B. ook gehoopt toen hij Van Gogh op 2 november 2004 doodde en een vuurgevecht met de Amsterdamse politie aanging. B. sneuvelde echter niet, maar werd uitgeschakeld met een welgemikt schot in het been.

Ellian

Voor een van de meer ingevoerde toehoorders, de publicist en rechtsfilosoof Afshin Ellian, staat het betoog van B. vooral voor "een enorme intellectuele leegte". Volgens Ellian maakte B. zich "belachelijk" door "een paar boeken uit de penitentiaire inrichting te citeren". De bedoeling van het betoog van B. is de officier van justitie en de rechtbank te laten zien dat zijn gewelddadigheid voortkomt uit zijn geloofsovertuiging, zei Ellian. Ook tijdens het proces tegen B. over de moord op Van Gogh was dat de uitleg die hij gaf voor zijn gruwelijke daad.

Ellian zei het zeer te betreuren dat het pleidooi van B. niet rechtstreeks en integraal op televisie wordt uitgezonden. "Dat is bizar en principieel verkeerd. De samenleving zou daar baat bij hebben. Je moet laten zien wie die man is. Hoe moet je hem anders ideologisch bestrijden? Ook moslims moeten met hem worden geconfronteerd, met wat hij zegt, rechtstreeks, niet via citaten in de pers. Dan kunnen zij zelf een keuze maken."

Losse eindjes

Volgens Ruud Peters, islamoloog en getuige-deskundige in het Hofstadproces, heeft B. een "verwarrend en incoherent" betoog afgeleverd, met veel losse eindjes. "Hij wilde een overzicht geven van zijn ideeën. Hij harkt alles bij elkaar. Ik heb er ook niets van een verdediging in kunnen bespeuren. Sterker nog: ik denk dat het Openbaar Ministerie er meer aan heeft. Hij zegt dat de profeet geen pacifist was en dat er geweld gebruikt mag worden." Volgens het OM hing de Hofstadgroep de radicale politieke ideologie aan, die opriep tot geweld tegen ongelovigen. Het betoog van B. zou in die zin nog wel verkeerd kunnen uitpakken voor de rest van de verdachten, aldus Peters.

De verdachte richtte zich tijdens zijn voordracht af en toe tot Peters, omdat deze de digitale bestanden en geschriften van Mohammed B. heeft onderzocht en uitgelegd, in zowel het proces in de zaak van Van Gogh, als in dit proces. Op basis van die onderzoeken had Peters het nodige verwacht van B. "Ik had hem hoger ingeschat, op basis van wat hij eerder heeft geschreven." B. heeft de bevindingen van Peters van de hand gewezen, omdat de deskundige geen gelovige is. "Ik kan me volgens hem dus niet inleven", aldus Peters.

Podium

Volgens Peters maakte B. van de gelegenheid gebruik om hier zijn geloof te verkondigen. "Het hebben van een podium was voor hem belangrijker, dan dat hij werkte aan zijn verdediging. Hij had de regie en vond dat prachtig." Hij vermoedt dat B. tijdens de huiskamerbijeenkomsten die in zijn woning plaatsvonden, ook behoorlijk autoritair optrad en dat hij weinig ruimte bood aan andere meningen en discussie.

Bart Nooitgedagt, advocaat van een van de medeverdachten, vond het betoog van B. "intrigerend en op zekere momenten verhelderend". Volgens hem is het onzin dat B. hiermee zijn medeverdachten heeft geschaad. Volgens hem probeerde B. juist aan te geven dat zijn woorden en gedachten niet toegeschreven kunnen worden aan anderen.