BARENDRECHT - De geluidsschermen langs de Betuwelijn zijn op veel plaatsen te hoog voor de inzet van waterkanonnen. De brandweer heeft waterkanonnen nodig bij ernstige incidenten op de goederenspoorlijn.

Dat heeft veiligheidscoördinator ing. C. Boeree van Railplan woensdag gezegd. Railplan is het samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten, gemeenten, waterschappen en spoorbeheerder ProRail voor de veiligheid op de Betuweroute en de HSL.

Straal

Volgens Boeree is bij oefeningen in de zomer van 2005 gebleken dat de straal van het waterkanon niet over meer dan 3 meter hoge schermen langs de Betuweroute kon komen. Er is vooralsnog geen oplossing voor het probleem, dat Boeree "zorgelijk" noemt.

Bij calamiteitenoefeningen langs de Betuweroute gaat de brandweer uit van het zwaarste ongeval dat zich op de spoorlijn zou kunnen voordoen: een ketelwagen geladen met LPG die dreigt te exploderen. Om zo'n calamiteit te bestrijden, heeft de brandweer 6000 liter water per minuut gedurende meerdere uren nodig en dat vergt de inzet van waterkanonnen, aldus Boeree.

Weinig bluswater

Eerder hadden oefeningen al aangetoond dat er op plaatsen langs de goederenspoorlijn mogelijk te weinig bluswater voorhanden zal zijn. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat liet woensdag weten, dat minister Peijs de burgemeesters in het gebied heeft beloofd dat er nog dit jaar een oplossing komt voor dit dreigende tekort.

Boeree schetste woensdag nog een veiligheidsprobleem, dat bekend is bij het ministerie. Het is namelijk nog niet mogelijk de stroom van de bovenleiding van het spoor te halen bij een calamiteit. Op de bovenleiding van de Betuwelijn staat veel meer spanning dan op die van gewone spoorlijnen. Er was een speciaal apparaat ontwikkeld dat de brandweer zou kunnen gebruiken voor de Betuweroute, maar dat is bij tests in het laboratorium ontploft. Tot nu toe is er volgens de veiligheidscoördinator nog geen nieuw instrument.

In gebruik

De Betuweroute wordt begin 2007 in gebruik genomen. Railplan wilde dat alle veiligheidsproblemen uiterlijk op 1 april van dit jaar opgelost zouden zijn, zodat er nog voldoende geoefend zou kunnen worden. "Maar de laatste maanden komen er feitelijk steeds meer problemen aan het licht. Als er niets gebeurt, kunnen we het in 1994 afgesproken veiligheidsniveau niet garanderen. Wat er dan moet gebeuren, weet ik niet", aldus Boeree.