AMSTERDAM - Jason W. en Ismail A. hadden het zelfde plan als Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh: zij wilden doden en vervolgens zelf gedood worden. Zij streefden een martelaarsdood na. Mohammed B. greep naast die eer doordat de politie hem op 2 november 2004, kort na de moord op Van Gogh, met een gericht schot in het been wist uit te schakelen.

Ook voor Jason W. en Ismail A. pakte het uiteindelijk anders uit. Een arrestatieteam (AT) van de Haagse politie probeerde het duo op 10 november 2004 te arresteren, onwetend van het wapentuig dat zich in het bezit van de verdachten bevond. De voordeur van het door A. en W. bewoonde pand in de Antheunisstraat in het Haagse Laakkwartier was met een bedspiraal gebarricadeerd. Toen de deur halfopen was geramd door het AT, gooide Jason W. een handgranaat naar de leden van het team. Het ding ontplofte op straat en bracht een aantal AT'ers ernstige verwondingen toe.

Politie

Officier van justitie A. van Dam betoogde maandag in het requisitoir tegen de Hofstadgroep dat W. en A. zich niet hadden verschanst om arrestatie te voorkomen. Met de barricade wilden zij alleen maar tijd winnen. "Ze hebben de politie opgewacht", aldus Van Dam. Om, als de politie er eenmaal zou zijn, de strijd aan te gaan. "Het was de ware navolging van Mohammed B.", zei Van Dam.

Martelaarsdood

Daarbij was volgens de aanklager van belang dat de politie "een van de meest zichtbare vertegenwoordigers van de democratische rechtsstaat" is. De leden van de Hofstadgroep haten de rechtsstaat en wilden de Nederlandse bevolking met deze strijd angst aanjagen en verlangden naar de martelaarsdood. Daarmee is voor Van Dam het zogeheten "terroristisch oogmerk" van het zware geweld van Ismail A. en Jason W. bewezen.

Het door A. en W. toegepaste geweld tegen het AT komt volgens Van Dam neer op meervoudige poging tot moord. Het tweetal verwachtte de politie en had zich bewapend. Uit afgeluisterde gesprekken in de woning is gebleken dat de twee tactische besprekingen hebben gevoerd over wat te doen bij een politie-inval. Daarbij werd onder meer gezegd dat Jason W. een handgranaat moest gooien.

Officier Van Dam hield A. en W. gelijkelijk verantwoordelijk voor het gebruikte geweld. Het duo bezat vier scherfhandgranaten, afkomstig uit voormalig Joegoslavië. De granaten bevatten 2500 kogeltjes. Van Dam: "Het is werkelijk en wonder dat bij dit incident geen doden zijn gevallen."

Ontploffing

Na de ontploffing volgde in de Antheunisstraat een beleg van ongeveer een dag. De opdracht aan de speciale eenheden die waren belast met het uitschakelen van W. en A. luidde dat dit met zo min mogelijk geweld moest gebeuren. A. en W. werden uiteindelijk naar buiten gejaagd met een traangasgranaat. Omdat Jason W. zich niet aan de instructies hield, werd hij in de schouder geschoten. Beide verdachten bleken bij hun aanhouding de resterende drie handgranaten in hun zak te hebben gestoken.