DEN HAAG - Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) kan op korte termijn weinig doen tegen Nederlanders die de inburgeringsregels omzeilen door tijdelijk in België te gaan wonen en dan hun buitenlandse partner laten overkomen. Een definitieve oplossing van het complexe probleem is volgens haar alleen in Europees verband mogelijk.

Verdonk heeft dat dinsdag geschreven in een brief aan de Tweede Kamer, die haar had gevraagd de zogeheten België-route aan te pakken. De betrokkenen wonen en werken enkele maanden in België en laten ondertussen hun partner uit het buitenland overkomen.

Die krijgt vervolgens ook vrij snel een verblijfsvergunning. Als ze daarna weer teruggaan naar Nederland, hoeven ze niet aan de strengere Nederlandse eisen te voldoen. Mensen die hun partner uit het buitenland willen halen, moeten 21 jaar zijn en 120 procent van het minimumloon verdienen. Ook komen in Nederland striktere regels voor het inburgeringsexamen.

Samenwerken

De Nederlandse en Belgische autoriteiten gaan samenwerken om het misbruik van de regels tegen te gaan, hoewel de precieze invulling daarvan nog niet bekend is. Zo is het volgens Verdonk belangrijk informatie uit te wisselen over Nederlanders die naar België uitwijken voor gezinsmigratie.

Ook is het van belang dat België daadwerkelijk controleert op de woonplaats- en inkomensvereiste. Aan die controle ontbreekt het soms nog, zo is volgens Verdonk uit overleg met de Belgische autoriteiten gebleken.

Vrij personenverkeer

De problematiek is volgens Verdonk zo complex, omdat sprake is van een fundamenteel recht op vrij personenverkeer in de Europese Unie. Hoeveel Nederlanders gebruikmaken van de België-route, is niet exact bekend. Verdonk heeft de indruk dat het eerder om tientallen dan om honderden gevallen per jaar gaat. Ze wijst er verder op dat België de inkomens- en leeftijdsgrens voor gezinsmigratie wil verhogen.