LONDEN - De brandweer is in de nacht van zondag op maandag begonnen met het bestrijden van de brand die woedt in een oliedepot ten noorden van de Britse hoofdstad Londen. Circa honderdvijftig brandweerlieden proberen volgens de autoriteiten met een schuimdeken het vuur te doven. Tot dusver beperkte de brandweer zich tot het nathouden van nog niet ontplofte opslagtanks om uitbreiding van het vuur te voorkomen.

Bekijk video: Modem/ Breedband

De brand in het Buncefield-depot bij Hemel Hempstead brak zondagmorgen uit na een serie explosies. De oorzaak hiervan is nog onduidelijk, maar de politie gaat voorlopig uit van een ongeluk. Er vielen 43 gewonden. De explosies waren tot op een afstand van 140 kilometer te horen en veroorzaakten veel schade in de omgeving. Het gebied rond de Britse hoofdstad ging verborgen onder een enorme rookwolk van 230 kilometer breedte.

Brandweercommandant Roy Wilsher van Hertfordshire zei dat hij moest wachten op 250.000 liter schuimconcentraat uit heel het land vóór hij de brand echt kon gaan aanpakken. Het schuimconcentraat wordt gemengd met water uit een kanaal dat drie kilometer verderop stroomt. De brandweer gebruikt 25.000 liter water per minuut uit het kanaal om het vuur te bestrijden. "Ik verwacht dat de operatie de hele nacht en een groot deel van maandag gaat duren", verklaarde Wilsher.

Oliedepot

Slechts zeven van de 26 olieopslagtanks lijken te zijn ontsnapt aan de vlammen. Het Buncefield-oliedepot voorziet een groot deel van Zuidoost-Engeland van brandstof. De olie, benzine en kerosine komen in het depot via ondergrondse pijpleidingen uit tankers die aan de oostkust liggen afgemeerd. Het complex is in handen van Total Oil en Texaco. Ook Shell, British Petroleum en de British Pipeline Agency gebruiken het depot.