AMSTERDAM - De politieinval in zijn woning in de Antheunisstraat in Den Haag op 10 november vorig jaar kwam voor Jason W. als een volslagen verrassing. In de dagen na de moord op Theo van Gogh, acht dagen eerder, hield hij nog wel rekening met een aanhouding, maar die gedachte was al "weggeëbt". "Ik dacht alleen dat de politie achter ons aanzat, omdat we gelovigen waren", zo zei hij vrijdag voor de rechtbank.

Bekijk video: Modem/ Breedband

"Dat kunt u niet menen", riep officier van justitie K. Plooy daarop uit. "Ons land zit vol gelovige mensen zoals u." Volgens W. was er sprake van totale paniek. Nadat vijf leden van een arrestatieteam de voordeur hadden ingetrapt, pakte W. uit een kast een handgranaat en gooide die naar de agenten, die daarbij gewond raakten, "Ik heb er niet bij nagedacht en reageerde heel impulsief. Het was een opgefokte sfeer en ik was in paniek", vertelde W.

Mietjes

Tijdens het verhoor van de rechtbank werd ook een animatiefilm getoond, waarin een beeld werd geschetst van de woning in het Haagse Laakkwartier. De woning werd uitvoerig afgeluisterd, waardoor duidelijk is geworden wat zich tijdens de belegering van de woning, die uren heeft geduurd, heeft afgespeeld. Samen met huisgenoot Ismail A. maakte hij de politie uit voor onreine honden en mietjes. Ook zeiden ze dat ze de agenten zouden onthoofden.

Op de vraag van de voorzitter van de rechtbank, A. de Boer, waarom ze zich niet hebben overgegeven, zei W. dat "er was geen weg meer terug was" en dat ze "de strijd zouden verliezen".

Opgefokt

W. en A. hadden in de woning nog drie handgranaten die ze, nadat de politie zich had teruggetrokken, bij zich staken. W: "Dat deden we automatisch. Als je zo opgefokt bent, pak je wat je pakken kunt. Het was oorlog op dat moment." Na hun aanhouding waarbij de politie traangasgranaten gebruikte, werden de handgranaten gevonden op het balkon, in de jaszakken van de verdachten.