AMSTERDAM - Mohammed B. herhaalde donderdag voor de rechtbank zijn verklaring bij de rechter-commissaris dat hij het plan om Theo van Gogh te vermoorden, met niemand heeft gedeeld. Ook niet met Redouan al I., de man die wordt gezien als de geestelijk leider van de Hofstadgroep.

Officier van justitie A. van Dam hield B. de uitwerking voor van een afgeluisterd gesprek dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) tussen een onbekend gebleven persoon en Al I., ook wel de Syriër genoemd. Daarin zegt Al I. dat hij van de moord wist en op dezelfde dag met het vliegtuig uit Nederland is vertrokken. Op de vraag van de aanklager of B. de moordplannen op Van Gogh heeft gedeeld met Al I. antwoordde B. ontkennend.

Nadere pogingen van rechter R. Elkerbout om met B. in gesprek te raken over diens beweegredenen strandden. "Mijn ideologie is niet van belang in deze zaak." Justitie denkt daar volstrekt anders over. Het waren juist de door B. op schrift gestelde en vertaalde, haatdragende en tot strijd oproepende ideologieën die de geest van zijn Hofstadvrienden voedden.

Spelletje

Na zijn eerste weigering tot het beantwoorden van enige vraag van de rechters, toonde B. zich later wel bereid officier van justitie K. Plooy uitvoerig te woord te staan. Plooy wist hem zo te prikkelen dat er in het extra beveiligde gerechtsgebouw in Amsterdam-Osdorp een interessant woordenspel ontstond. "U bent heel goed", sprak B. Plooy een aantal keer toe. Op andere momenten leek het of B. de aanklager uitlachte en verweet hij Plooy een spelletje te spelen.

Reden

De officier vroeg B. of hij de moord op Van Gogh wel echt alleen vanuit geloofsovertuiging heeft gepleegd. "Dat hoop ik. Maar je kunt nooit uitsluiten dat ook andere dingen een rol hebben gespeeld", antwoordde B. Hij zei dat het beledigen van de profeet door Van Gogh, "de enige echte reden" is geweest om de cineast te vermoorden.

Hij benadrukte dat als Plooy een beetje de geschriften van de islam zou kennen, dat hij zou weten dat de profeet "expliciet opdraagt" om van iemand die de islam beledigt, "zijn kop eraf te halen".

Balkenende

De aanklager wilde ook van B. weten of het geloof als excuus kan worden gebruikt om crimineel te zijn. "Volgens uw maatstaven zou dat misschien kunnen", antwoordde B., die zich vervolgens opwond over de inval in Irak, het doden van duizenden burgers en de rol die de Amerikaanse president Bush en premier Balkenende daarin spelen. "Ik beschuldig u allemaal, u ook. Daar heeft u ook mee te maken."

Plooy vroeg B. ook of hij een takfiri is. Een takfiri bestempelt volgens het OM afvallige moslims tot ongelovigen en verkettert die. B. antwoordde ontkennend. "In de definitie die u geeft, ben ik geen takfiri."

Gedachtegoed

B. gaf de rechtbank - overigens tevergeefs - aan na het proces een theologische verhandeling over zijn denken te willen overleggen, als hij daarvoor ongecensureerde toegang zou krijgen tot bronnen. Hij zei het als een plicht te zien voor iedere moslim om het gedachtegoed van de islam uit te dragen, aan iedereen.

Vragen over zijn dertien medeverdachten wilde B. niet beantwoorden. Het OM maakt op 13 januari in alle zaken de strafeis bekend. B. gaf aan daarbij niet aanwezig te willen zijn. De rechtbank gaat vrijdag verder. Dan staat Jason W. centraal.