DEN HAAG - Het kabinet en de Tweede Kamer blijven ook na een overleg, dinsdag in de Tweede Kamer, lijnrecht tegenover elkaar staan over de vraag of er een extra maatregel moet komen om de koopkracht volgend jaar te verhogen.

Het kabinet zal zich vrijdag beraden over deze kwestie. VVD-vicepremier Zalm zei na afloop van het debat of het conflict kan leiden tot een kabinetscrisis: "Zeg nooit, nooit". Ook VVD-Tweede Kamerlid De Vries wilde niet duidelijk zeggen of de kwestie voor haar partij een crisis waard is. In de Kamer steunt de VVD het kabinet en staat daarmee tegenover de regeringspartners CDA en D66.

Compromis

Het kabinet heeft nog even de tijd om met een compromis te komen. De kwestie wordt besproken in de debatten over de begroting van Sociale Zaken en de stemmingen daarover vinden over twee weken plaats. CDA-Kamerlid Verburg zei er vanuit te gaan dat het kabinet "verstandig en creatief" genoeg is om met oplossing te komen.

Aansluittarief

CDA en D66 kwamen dinsdag met het voorstel om elk huishouden volgend jaar 35 euro minder te laten betalen voor de energierekening. Het zogeheten aansluittarief kan omlaag als geld voor duurzame energie, zoals windmolens en dergelijke, niet via het aansluittarief wordt betaald, maar uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES).

D66-vicepremier Brinkhorst van Economische Zaken, die gaat over het energiebeleid, wil hier tot dusver niets van weten. Het kabinet vindt een extra koopkrachtmaatregel niet nodig, omdat uit cijfers van het Centraal Planbureau is gebleken dat de koopkracht volgend jaar sowieso over de hele linie wat omhoog gaat. Bovendien is het FES niet bedoeld om koopkracht te verbeteren.

Verburg leek het kabinet een opening te bieden in het debat. Zij liet doorschemeren dat het CDA zijn voorstel zou intrekken als het kabinet zelf met een maatregel zou komen. Dat kan wat haar betreft een maatregel zijn die meer rekening zou houden met de verschillen in inkomens.

Inkomensafhankelijk

Minister De Geus (Sociale Zaken) voelt daar weinig voor. Hij wil voorkomen dat er zoveel inkomensafhankelijke regelingen komen, dat mensen er niet of nauwelijks op vooruitgaan als ze vanuit een uitkering een baan nemen of vanuit een laag inkomen promotie maken.