DEN HAAG - Surinaamse en Turkse meisjes en vrouwen tussen de 15 en 24 jaar in Den Haag doen twee tot drie keer vaker een poging tot zelfdoding dan hun van oorsprong Nederlandse leeftijdgenoten. Dat blijkt uit een vrijdag gepresenteerd onderzoek van de GGD Den Haag en het psycho-medisch centrum Parnassia.

Volgens de GGD zijn de gegevens uniek omdat er in Nederland nog nauwelijks onderzoek naar is gedaan. Uit het onderzoek blijkt dat vier op de duizend Surinaamse meisjes en vrouwen tussen de 15 en 24 jaar jaarlijks een poging doen om zichzelf van het leven te beroven.

Bij Turkse vrouwen tussen de 20 en de 24 jaar gaat het zelfs om zeven op de duizend vrouwen. Bij de van oorsprong Nederlandse meisjes en vrouwen tussen 15 en 24 gaat het om twee op de duizend. Tussen Marokkaanse en Nederlandse vrouwen in Den Haag blijkt nauwelijks verschil.

Gebrek aan vrijheid

De exacte oorzaken van het hoge aantal pogingen tot zelfdodingen bij jonge Turkse vrouwen zijn in het onderzoek niet naar voren gekomen. De gemeente Den Haag wil hier de komende tijd onderzoek naar doen. Uit eerder onderzoek naar het hoge aantal Surinaams/Hindoestaanse meisjes dat zichzelf van het leven tracht te beroven, bleek al dat zij vaak een gebrek aan vrijheid en familiedwang ervaren en dat gebrekkige communicatie met de ouders een rol speelt. Ook het gedwongen behoud van de maagdelijkheid speelt mee.

Uit een beperkte steekproef onder 67 allochtone meisjes en vrouwen die na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis terechtkwamen, bleek dat relatieproblemen met of hun partner of hun ouders de belangrijkste oorzaak was. "In 28 gevallen kwam de poging voort uit problemen met de partner en in veertien gevallen door problemen met de ouders", aldus het hoofd van de GGD, B. Middelkoop.

Cultuurverschillen

Volgens de Haagse wethouder van Volksgezondheid J. Klijnsma kunnen ook cultuurverschillen meespelen. "Deze jonge vrouwen zitten vaak tussen twee culturen in. "Aan de ene kant willen ze met alles in Nederland meedoen, maar aan de andere kant hebben ze diepe wortels in hun familie die vaak vasthoudt aan een andere cultuur." Volgens de gemeente benadrukken de resultaten van het onderzoek al eerder genomen initiatieven om suïcide tegen te gaan. Zo begon de gemeente in 2002 met het project 'Aan de grenzen'. Hieronder vallen onder meer dialogen met ouders en gespreksgroepen op school.

Om de allochtone risicogroepen aan te spreken, probeert de gemeente de boodschap vooral via hun eigen organisaties door te geven.

Imams

Klijnsma: "We proberen dit via vertrouwenspersonen, zoals imams, bespreekbaar te maken". Volgende week opent de gemeente een speciale telefoonlijn waarop Haagse jongeren met zelfmoordgedachten 24 uur per dag terechtkunnen voor een gesprek.

Het onderzoek is gestoeld op analyses van meldingen van zelfmoordpogingen die de afgelopen jaren bij de vier Haagse algemene ziekenhuizen en bij Parnassia binnenkwamen. De laatste instelling onderzocht dit vanaf de tweede helft van 2002 tot eind 2003 terwijl de ziekenhuizen tussen januari 2002 en 31 december 2004 gegevens verzamelden.