AMSTERDAM - De geregistreerde jeugdcriminaliteit is in de afgelopen jaren weliswaar enorm gestegen, maar slechts in een klein deel van de gevallen gaat het om ernstige delicten. De politie deelt aan jongeren veel processen-verbaal uit voor "flutdelicten" als het drinken van een breezer op een station.

Dat zei de Nijmeegse jurist prof. mr. Y. Buruma donderdag tijdens een congres in Amsterdam ter gelegenheid van honderd jaar kinderwetten. Tussen 2002 en 2004 steeg het aantal processen-verbaal voor minderjarigen met ruim 17 procent tot bijna 50.000. Slechts 10 procent daarvan betreft "echt ernstige gevallen", zei Buruma, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

De huidige samenleving kan volgens hem "te weinig hebben van jongeren die hun grenzen verkennen". Hij ziet niets in het invoeren van steeds meer sancties voor relatief lichte vergrijpen als spijbelen. "Wat voor een treurige samenleving is dit, waarin het onderwijs zo bedonderd in elkaar zit dat we de politie nodig hebben om spijbelaars op te pakken?" Buruma keerde zich tegelijkertijd tegen een softe aanpak van zulke jongeren. De verguisde "paternalistische" opstelling die het gezag vroeger koos, was volgens hem zo gek nog niet.

Straf

Hij vindt ook dat jongeren die zware delicten op hun naam hebben staan en vaak in herhaling vervallen, best zwaarder gestraft mogen worden. Dan moet er volgens hem wel betere nazorg komen voor jongeren die hun straf hebben uitgezeten. Daarin is een individuele benadering door hulpverleners "met twee ogen en een neus" van groot belang.

"We hebben zoveel geïnvesteerd in preventie, dat we vergeten dat het allerbelangrijkste moment na de taakstraf of detentie komt. De beste voorspeller van criminaliteit is eerdere criminaliteit", zei Buruma. Van de verbetering van die nazorg, die minister Donner (Justitie) in het vooruitzicht heeft gesteld, heeft hij echter nog weinig gemerkt.