DEN HAAG - De advocaten van de Nederlandse zakenman F. van Anraat hebben maandagochtend de rechtbank in Den Haag gevraagd het Openbaar Ministerie (OM) te beletten hun cliënt te laten berechten. Justitie heeft de Nederlander aangeklaagd voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en volkerenmoord in Iran en Irak. Hierdoor zouden duizenden mensen zijn omgekomen.

Volgens de raadslieden heeft de rechtbank in Den Haag, die de zaak tegen Van Anraat vanaf maandag behandelt, geen bevoegdheid om de zaak te beoordelen. De hoofdverdachten, onder wie oud-dictator Saddam Hussein, zitten in Irak vast en zullen daar binnenkort voor een tribunaal moeten verschijnen.

Van Anraat kan dan als medeverdachte niet in Nederland door een andere rechter in dezelfde zaak worden berecht. Ook zijn de misdrijven niet op Nederlands grondgebied gepleegd, menen de raadslieden.

De advocaten vinden verder dat het OM zich niet aan het gelijkheidsbeginsel heeft gehouden. Er is nog een Nederlander die volgens hen een zelfde soort rol als Van Anraat heeft gespeeld. Justitie vervolgt hem niet en dat is oneerlijk, stellen de raadslieden.

Slachtoffers

Voor de zaak was maandag veel belangstelling. Slachtoffers, nabestaanden en ook nationale en internationale media zijn op het proces tegen Van Anraat afgekomen.

Voor de slachtoffers van de chemische aanvallen van het voormalige Irakese regime, dat Saddam Hussein leidde, is de rechtszaak ook belangrijk, omdat inmiddels zeventien van hen een schadeclaim hebben ingediend. Het succes daarvan hangt af van de uitkomst van het oordeel van de rechtbank in Den Haag.

Saddam

Het OM moet aantonen dat Van Anraat tussen 1984 en 1988 duizenden tonnen grondstof voor chemische wapens aan de toenmalige Irakese regering heeft geleverd. Ook moeten de aanklagers bewijzen dat het regime van Saddam Hussein die stoffen heeft gebruikt voor het maken van de chemische wapens, die daadwerkelijk werden gebruikt in de oorlog tegen Iran (1980 tot 1988) en tegen de Koerdische bevolking in Noord-Irak.

Volgens advocaat J. van Schaik kan het OM dat tot op de dag van vandaag nog steeds niet. Daarmee valt een succesvolle vervolging van de Nederlandse zakenman in het water, concludeert hij. Van Schaik is een van de raadslieden die Van Anraat verdedigen.

De aanklagers in deze zaak denken daar heel anders over. Tijdens een zitting voor de rechtbank in september meldde officier van justitie T. Polescuk over een nieuw belastend getuigenis te beschikken. Een Japanse zakenpartner stelt daarin dat Van Anraat heel goed wist waarvoor de chemische stoffen die hij aan Irak leverde, werden gebruikt.

De Nederlander zou de Japanner op het hart hebben gedrukt er nooit over te praten dat Irak de bestemming van de chemicaliën was. Ook zijn er volgens het OM andere getuigen, die hebben aangegeven dat de Nederlandse zakenman het exportverbod naar Irak destijds bewust heeft proberen te omzeilen.

Opsporing

Sinds 2003 is er een aparte eenheid van het Korps landelijke politiediensten die zich samen met het landelijk parket van het OM bezighoudt met de opsporing en vervolging van oorlogsmisdadigers in Nederland. Dit kan gaan om mensen die in Nederland asiel aanvragen, maar ook om personen zoals Van Anraat.

De eenheid is er gekomen omdat Nederland als schuilplaats onaantrekkelijk moet worden voor verdachten van oorlogsmisdaden, genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Volgens het OM is het dan ook heel goed mogelijk om Van Anraat in Nederland te laten berechten.