Omgang met de melding doet mbo-stagiair nog meer pijn dan discriminatie zelf
Mbo-studenten die melding doen van stagediscriminatie voelen zich al jaren niet serieus genomen. Maar het is nog ernstiger, blijkt nu: ze ervaren nog meer narigheid door hoe er met hun melding wordt omgegaan, dan door de discriminatie zelf.
Het eerste onderzoek naar hoe er in het mbo met meldingen van stagediscriminatie wordt omgegaan, levert een pijnlijk beeld op.
Mentoren, stagebegeleiders of andere onderwijsprofessionals leggen de schuld van de discriminatie regelmatig juist bij de studenten zelf. Andere geven de meldende student het advies: "Bijt door de zure appel heen." Terwijl de studenten vaak pas aan de bel trekken als ze écht wanhopig zijn.
Door dit soort ervaringen denken mbo-studenten dat het geen zin heeft om te laten weten dat ze zich gediscrimineerd voelen rond het vinden of doen van een stage. Mede daarom ligt het aantal werkelijke ervaringen van discriminatie nog hoger dan wat er gemeld wordt.
De betrokken senior-onderzoeker Suzan de Winter-Koçak van het Verwey-Jonker Instituut noemt dit tegenover NU.nl "schrijnend". Volgens haar zijn veel onderwijsprofessionals "totaal niet in staat" om een melding van stagediscriminatie op een goede manier af te handelen. "Grof gezegd doet de manier waarop onderwijsprofessionals een melding afhandelen de student meer pijn dan de discriminatie-ervaring zelf."
Ook JOB MBO herkent dit. "Studenten doen geen melding omdat ze de ervaring hebben dat hun contactpersoon de kant kiest van de stageplek", zegt de landelijke jongerenorganisatie die mbo-studenten een stem geeft in het onderwijs.
Eerste signalen al uit 2016 als 'bijvangst' in ander onderzoek
Nu is dat anders. Het Verwey-Jonker Instituut onderzocht in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de wensen van mbo-studenten rond het melden van stagediscriminatie. Daarvoor voerden de onderzoekers onder meer uitgebreide gesprekken met 41 mbo-studenten.
Het onderzoek is ingezien door NU.nl en bevat naast de studenten zelf ook veel andere bronnen. "Een belangrijk knelpunt voor studenten zit in de reactie op een melding", valt daarin te lezen.
Veertien van de ondervraagde mbo-studenten zeiden stagediscriminatie te hebben meegemaakt. De uitgebreide interviews met de elf mbo-studenten die daarvan ook nog eens melding hadden gedaan, geven volgens De Winter-Koçak allemaal een vergelijkbaar beeld.
Door het gebrek aan steun overwogen volgens het Verwey-Jonker Instituut sommige van deze studenten te stoppen met hun stage of zelfs hun hele studie. De Winter-Koçak vreest hierdoor dat de afspraken om mbo-stages in 2027 voor alle studenten een succes te laten zijn, niet zullen slagen.
Afran Groenewoud is verslaggever samenleving en inclusie
Onderwijsprofessionals hebben meer kennis en training nodig
Die afspraken staan in het Stagepact MBO 2023-2027. Onder meer onderwijsinstellingen, de ministeries van SZW en OCW, vakbonden en werkgeversorganisaties hebben ze ondertekend. Onderdeel van het stagepact is het aanpakken van stagediscriminatie.
De Winter-Koçak stelt voor om onderwijsprofessionals training te geven. Dan leren ze om beter in te grijpen als een student melding maakt van stagediscriminatie. Ook onderwijsprofessionals zelf zijn volgens haar ontevreden over hun beperkte kennis om stagediscriminatie aan te pakken.
De MBO Raad bevestigt dat het stagepact "niet concreet" is rond het aanbieden van trainingen voor onderwijsprofessionals om stagediscriminatie tegen te gaan. De Verwey-Jonker-onderzoekers denken dat antidiscriminatiebureau's misschien hulp kunnen bieden.

