DEN HAAG - Driekwart van degenen die wachten op thuiszorg of een plaats in een verpleeg- op verzorgingshuis, staat langer op de wachtlijst dan de normen voorschrijven. De regionale verschillen zijn daarbij aanzienlijk. Gemiddeld wachten mensen negen maanden, maar regionaal varieert dat van vier tot dertien maanden.

Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat dinsdag is verschenen. Volgens het rapport zijn de wachtlijsten voor verpleging en verzorging door extra geld van de overheid met 50 procent gekrompen in de periode 2002-2003. Niettemin stonden in oktober 2003 nog steeds 54.000 mensen op een wachtlijst voor de thuiszorg (19.500), voor verpleeghuizen (bijna 7000) of voor verzorgingshuiszorg (bijna 28.000).

Thuiszorg

Als maximale wachttijd geldt sinds 2000 een periode van zes weken voor de thuiszorg of verpleeghuiszorg en dertien weken voor verzorgingshuiszorg. In werkelijkheid loopt de wachttijd uiteen van vijf maanden voor de thuiszorg tot anderhalf jaar voor een verzorgingshuis.

Wachttijden

De wachttijden lopen niet alleen per regio uiteen, ze kunnen ook per zorgvoorziening regionaal nogal verschillen. Zo bestaat er in Drenthe een wachttijd van vier maanden voor de thuiszorg, maar van zestien maanden voor een verzorgingshuis. In Friesland en Groningen is de wachttijd voor een verzorgingshuis aanzienlijk korter: respectievelijk tien en bijna zes maanden.