VOORBURG - Op bijna de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs in de vier grote steden is het aantal niet-westerse leerlingen in de meerderheid. Daarvan kent Rotterdam naar verhouding de meeste gekleurde scholen, Den Haag de minste. Het landelijk gemiddelde ligt een stuk lager. Uit cijfers die het Centraal Bureau voor Statistiek maandag publiceerde, blijkt dat op 10 procent van de scholen meer niet-westerse leerlingen zitten.

Gemiddeld was in het schooljaar 2004-2005 iets meer dan een op de tien leerlingen van niet-westerse allochtone afkomst. In de grote steden was dat gemiddelde 45 procent. Bijna de helft van de schoolvestigingen in de vier grote steden had meer dan 50 procent niet-westerse allochtone leerlingen. Bij een kwart was het zelfs meer dan 80 procent.

De havo en vwo-scholen zijn het minst gekleurd. Dit komt voor een groot deel doordat autochtone leerlingen vaker deze vormen van onderwijs volgen, terwijl niet-westerse leerlingen naar het vmbo gaan. In de vier grote steden had 11 procent van de vestigingen met alleen havo en/of vwo meer dan 50 procent niet-westerse leerlingen. Onder de vmbo-vestigingen was dit 67 procent.

Amsterdam

Amsterdam heeft met 52 procent meer aantal niet-westerse allochtone leerlingen dan Rotterdam met 43 procent. Toch heeft Rotterdam naar verhouding meer gekleurde scholen, dit heeft te maken met de ongelijkmatigere verdeling van de allochtone leerlingen over de schoolvestigingen. Den Haag dat relatief evenveel niet-westerse leerlingen heeft als Rotterdam, kent van de grote steden het minst aantal scholen waar niet-westerse leerlingen in de meerderheid zijn.