DEN HAAG - De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft in de loop van deze week besloten om ook onderzoek te gaan doen naar de nazorg voor de overlevenden van de brand in het cellencomplex op Schiphol. Dat heeft een woordvoerster vrijdag bevestigd naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant.

De Onderzoeksraad doet vier deelonderzoeken: naar de oorzaak en ontwikkeling van de brand, de bestrijding ervan, de vergunningen en de wijze waarop die zijn gecontroleerd en nu dus ook de nazorg. Mogelijk komt daar nog een vijfde onderzoeksveld bij, zo liet de woordvoerster vrijdag weten. Daarover valt binnen een paar dagen een beslissing. Zij wilde nog niet zeggen welk onderwerp het betreft.

Onafhankelijk onderzoek

Door de brand vorige week donderdag kwamen elf illegale vreemdelingen om het leven, 268 overleefden het incident. De raad doet onafhankelijk onderzoek naar ongevallen, rampen en andere grote calamiteiten in sectoren, zoals transport, de industrie, de zorg, milieu maar ook defensie.

De onderzoeksraad is sinds februari de opvolger van de Raad voor de Transportveiligheid, die alleen de transportsector onderzocht. Het is niet de eerste brand die de onderzoeksraad onderzoekt. Ze is al bezig met een onderzoek naar een discobrand in Amsterdam.

Gebruiksvergunningen

Op dit moment zijn er drie onderzoeken naar de brand op Schiphol. Naast die van de Onderzoeksraad zijn dat het technisch onderzoek in opdracht van het Openbaar Ministerie en een onderzoek van de gemeente Haarlemmermeer naar het afgeven van de gebruiksvergunningen.

Overige partijen die betrokken zijn bij het onderzoek naar de brand zijn Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, VROM-inspectie regio Noord-West, Arbeidsinspectie, Inspectie voor de Gezondheidszorg, het Openbaar Ministerie, de Rijksrecherche, de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Deze partijen moeten allemaal een bijdrage leveren aan de formulering van de onderzoeksvragen als de concrete uitvoering van het onderzoek.

Tussenrapportage

De Onderzoeksraad streeft er naar het onderzoek binnen een jaar af te ronden. In maart verwacht de woordvoerster een tussenrapportage.