De gemeente Den Haag wil dat koning Willem-Alexander zijn troonrede dit jaar niet in de Grote Kerk, maar op een andere plaats houdt. De troonrede wordt normaal gesproken in de Ridderzaal gehouden, maar werd vanwege de coronamaatregelen in 2020 en 2021 verplaatst naar de Grote Kerk.

Dit jaar vindt Prinsjesdag naar verwachting zonder maatregelen plaats. In dat geval wordt de overlast voor omwonenden van de kerk en winkeliers te groot, aldus een woordvoerder van de gemeente.

In de Grote Kerk konden de aanwezige leden van de Eerste en Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen de afgelopen twee jaar eenvoudiger 1,5 meter afstand van elkaar houden. Vanwege de maatregelen tegen het coronavirus mocht er geen publiek bij de kerk zijn, die grofweg 500 meter van de Ridderzaal ligt. Ook maakte de koning geen rijtoer met de Glazen Koets.

De troonrede kan voorlopig ook niet terugkeren naar de Ridderzaal vanwege de verbouwing van het Binnenhof. Die is volgens de planning niet eerder dan in 2026 klaar.

Prinsjesdag wordt dit jaar op 20 september gehouden. "Dit jaar is er een volwaardige Prinsjesdag. Dat betekent dat je de Grote Kerk en de omgeving langer moet afsluiten. Daar wonen mensen, daar werken ondernemers. Hun huizen en winkels zouden meerdere dagen niet of moeilijk toegankelijk zijn. Die overlast is te groot. Daarom hebben wij gezegd: ga op zoek naar een nieuwe locatie", laat een gemeentewoordvoerder weten.

Over een nieuwe locatie doet Den Haag geen mededelingen. Daarvoor verwijst de gemeente naar de Eerste Kamer. De bijeenkomst met de troonrede heet officieel de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal. De voorzitter van de Eerste Kamer is de voorzitter van die vergadering.