DEN HAAG - De Tweede Kamer verlangt van het kabinet eensgezindheid in de visie op terreurbestrijding en op het dreigingsbeeld. Alle fracties ergeren zich aan de verschillende opvattingen en beweringen die naar buiten komen van de ministers Donner (Justitie), Remkes (Binnenlandse Zaken), Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) en ook van premier Balkenende zelf.

Dat bleek donderdagavond tijdens een spoeddebat met de vier bewindspersonen dat onafhankelijk Kamerlid Wilders had aangevraagd over de aanpak van terrorisme. Aanleiding was de arrestatie onlangs van zeven terreurverdachten. De fracties zetten echter vooral in op "het gekakel" van de bewindslieden. Terrorismebestrijding is zo belangrijk dat het kabinet met één mond moet spreken, aldus de Kamer.

Pechtold

Vooral Pechtold kreeg ervan langs. Hij had meerdere malen via de media afwijkende meningen over de dreiging en aanpak geuit. De VVD vond dat Pechtold zich bij zijn eigen portefeuille moest houden. VVD'er Weekers meent dat hij zijn kritiek kan ventileren binnen de ministerraad. Ook PvdA-Kamerlid Van Heemst was fel. Hij vroeg zich af of de D66-minister wel geschikt was voor het ambt.

Daarnaast probeerden de fracties elkaar uit te dagen over het verbod op het verheerlijken van geweld waar ook bij de coalitiefracties verschillend wordt gedacht. D66 is fel tegen zo'n verbod omdat het de vrijheid van meningsuiting in gedrang brengt, evenals GroenLinks en de SP. Ook de VVD keert zich tegen het verbod, maar volgens Weekers zijn de liberalen nooit voor een verbod geweest. Dat was tegen het zere been van CDA-Kamerlid Van Haersma Buma, die meende dat de VVD binnen een jaar is omgedraaid.

Wilders

Onafhankelijk Kamerlid Wilders kreeg weinig steun voor zijn pleidooi voor een noodwet om terreurverdachten buiten het strafrecht om langer vast te kunnen houden. Deze administratieve detentie zou een einde moeten maken aan de praktijk waarbij terreurverdachten na hun arrestatie geregeld vrij snel weer worden vrijgelaten.

Om iemand vast te zetten, is het volgens hem voldoende dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aanwijzingen hebben dat hij bezig is met terroristische activiteiten. Een strafrechtelijk vermoeden van schuld is dan niet meer nodig. De meeste fracties ging dat veel te ver. Het kabinet bereidt al een maatregel voor om de preventieve hechtenis uit te breiden.