Media niet opruiend na moord op Van Gogh

DEN HAAG - In de weken na de moord op filmmaker Theo van Gogh was de berichtgeving van zes landelijke dagbladen niet opruiend. Er was juist uitgebreid aandacht voor achterliggende oorzaken als de situatie in achterstandswijken en problemen op het gebied van scholing.

Dat blijkt uit onderzoek van de politicologen M. Hajer en J. Uitermark. Het tweetal presenteert de uitkomsten woensdag aan de Universiteit van Amsterdam tijdens een bijeenkomst waarbij bestuurskundigen terugblikken op het debat na de moord op Theo van Gogh.

Het tweetal bestudeerde de kranten vier maanden voor en vier maanden na de moord. Hajer noemt het zondag opmerkelijk dat er veel meer aandacht was voor sociaal-economische problemen dan dat er sprake was van een pleidooi voor meer repressie. "En ik vond het opvallend dat er ook veel aandacht was voor de rol van de media zelf. Of ze meededen aan een wij-zij-discussie."

Cohen en Aboutaleb

Hajer en Uitermark analyseerden tevens hoe de bestuurders Cohen en Aboutaleb na de moord optraden. "Hoe ze in die totale onzekerheid optraden, zeiden: 'Dit is er aan de hand en dat gaan we doen'." De uitkomsten worden 2 november besproken aan de Oudemanhuispoort 4-6, aanvang 13.00 uur.

Tip de redactie