Het maatschappelijke thema mentale gezondheid stond donderdag centraal op NU.nl. Aan de hand van drie verschillende stellingen konden onze lezers discussiëren op reactieplatform NUjij. In dit overzicht lees je de beste reacties van het debat.

"Voor sociale media moet een harde leeftijdsgrens van 21 jaar komen." (Aantal stemmen: 1.738)

  • Eens: 59 procent
  • Oneens: 41 procent

Het gebruik van sociale media heeft voordelen, maar kan ook leiden tot onzekerheid en depressie. In deze discussie werd gesproken over nepnieuws en de cancelcultuur.

Lezer Suus_H heeft een groot bereik op sociale media, maar ziet de leeftijd graag verhoogd worden.

"Wat mij opvalt is dat in het gebied waarin ik actief ben steeds meer jonge kinderen komen die het heel makkelijk vinden om discussies aan te gaan, dingen te roepen als 'Je moet dood' en andere beledigingen sturen, omdat zij de consequenties er niet van inzien. Het is makkelijker om zulke dingen op sociale media te roepen, omdat ze daar anoniem zijn.

"Ik denk niet dat kinderen beseffen wat voor invloed dat soort opmerkingen kunnen hebben. De community waar ik in zit, is daardoor echt achteruitgegaan. Uiteraard zullen ook volwassenen dit doen, maar in mijn ervaring zijn het voornamelijk kinderen. Ook zal het fijn zijn voor ze om 'offline' te zijn."

Lezer Maarten_Keijzer geeft op scholen voorlichting over sociale media. Hij is het oneens met de stelling.

"Sociale media is een onderdeel van onze samenleving, maar het is wel belangrijk dat kinderen hierin opgevoed worden. Dit is niet alleen een verantwoordelijkheid van de school, maar in grote(re) mate ook van de ouders. De ouders bepalen of een kind wel niet het internet op kan gaan, de ouders maken de keuze om een kind van tien een iPhone 13 te geven etc."

"Tijdens het avondeten zou je ook samen de dag kunnen evalueren, ruimte voor de kinderen om hun verhaal te delen in plaats van online. Maak keuzes zoals wel of geen smartphone meenemen als ze naar bed gaan. Om 0.30 uur een WhatsApp ontvangen voor een tienjarige past niet."

"Elke werknemer moet minstens twee mentale gezondheidsdagen per jaar op kunnen nemen." (Aantal stemmen: 1.427)

  • Eens: 69 procent
  • Oneens: 31 procent

43 procent van de Nederlanders krijgt een psychische aandoening. De kans dat dit invloed heeft op je werk is dus groot. Op NUjij lijkt de meerderheid voorstander te zijn voor mentale gezondheidsdagen. De invulling daarvan was het grootste discussiepunt.

Volgens lezer SjorZ krijgt de werkgever er namelijk veel voor terug.

"Binnen de cao van Philips krijgen werknemers zelfs de mogelijkheid om per jaar vijf dagen op te nemen om te besteden aan persoonlijke ontwikkeling, privécursussen, zorg voor ander, vrijwilligerswerk etc. Dit zijn geen vakantiedagen en het moet wel passen binnen werk. In feite is dit nog veel breder dan het voorstel in dit artikel."

"Wat schiet het bedrijf ermee op? Het idee is dat tevreden werknemers ook op de werkvloer beter presteren als ze lekkerder in hun vel zitten. Het biedt mogelijkheden tot zelfontplooiing en betere inzetbaarheid. In mijn werk in een internationaal team reis ik ook in vrije tijd (weekend) of zit ik 's avonds of 's nachts in calls. Voor wat hoort wat, we hoeven echt niet werken om te werken."

Er is ook weerstand tegen extra dagen om aan de gemoedsrust te werken. Volgens lezer Plientje zijn daar vakantiedagen voor.

"Vakantiedagen zijn ook bedoeld om mentaal op te laden. Dan maar niet drie weken aaneengesloten vrij opnemen, maar vaker tussendoor een dagje. Vanuit mijn werkgever wordt ook echt aangestuurd op het opmaken van je vakantiedagen elk jaar. Dat zou misschien ook meer algemeen moeten worden."

"Voor mentale gezondheid moet al op de basisschool een speciaal vak worden opgetuigd." (Aantal stemmen: 713)

  • Eens: 68 procent
  • Oneens: 32 procent

Op de basisschool leren kinderen rekenen, de Nederlandse taal en aardrijkskunde. Er wordt echter geen aandacht besteed aan mentale gezondheid. Toch ziet lezer 123reactie in de praktijk dat een speciaal vak hiervoor kan werken.

"Mijn dochter (groep 6) zit op een daltonschool. Daar hebben ze het programma Kwink, dat is een lesmethode voor sociaal-emotioneel leren. Wat zou ik dat vroeger graag hebben gehad. De kinderen in haar klas zijn (emotioneel) weerbaar, kunnen er samen uitkomen bij onenigheid en pesten komt nauwelijks voor."

Anderen vinden dat er wel erg veel op het bordje van de leerkracht terechtkomt. Ouders zouden een betere rol moeten spelen in de opvoeding, stelt Jv123.

"Een kind moet assertiever worden, zodat het op een goede manier voor zichzelf kan opkomen. Waarom? Weerbaar maken tegen pesten. Als je als kind weet hoe je grenzen kunt aangeven, dan wordt zijn geluk verhoogd."

"Het is belangrijk dat school monitort of kinderen goed in hun vel zitten. Ouders zijn hier belangrijk. Zij kunnen aangeven hoe het gaat met hun kind en bijvoorbeeld of het kind wordt gepest. Laat de basis, zoals taal en rekenen, centraal staan. Die vaardigheden zijn belangrijk. Men verwacht dat door slechter onderwijs laaggeletterdheid toeneemt. Dan doe je het als land niet goed."