'Saddam offert zijn elitetroepen snel op'

LONDEN - De Iraakse leider Saddam Hussein wil geen Revolutionaire Gardisten om zich heen. De zeker 50.000 man tellende elite-strijdmacht zou zich in geval van oorlog mogelijk tegen de leider keren. Het Britse dagblad The Guardian heeft dit vrijdag geschreven op basis van "een bron met goede contacten in Bagdad".

De Revolutionaire Garde moet buiten Bagdad blijven en toegangswegen bewaken. Ze is zo een betrekkelijk eenvoudig doelwit voor gevechtsvliegtuigen van de vijand. De goed uitgeruste garde is anti-Amerikaans en nationalistisch maar volgens de bron Saddam Hussein meer dan zat.

'Elite van de elitetroepen'

Saddams vermoedelijke woonplaats Bagdad moet worden verdedigd door troepen die de leider nog wel vertrouwt. Dat zijn met name 'de elite van de elitetroepen', de Speciale Republikeinse Garde (SRG). Deze garde telt tussen de 12.000 en 15.000 leden en mag zich wel in het centrum van Bagdad vertonen.

Tal van officieren komen uit de gebroortestreek van Saddam Hussein, rond Tikrit. Ze moeten onder meer de leider en zijn familie bewaken en in geval van oorlog hen tot de laatste man verdedigen.

350.000 manschappen

Beide gardes staan onder bevel van de jongste zoon van de heerser, Qusay en vallen niet onder het ministerie van Defensie. Dat gaat over de gewone strijdkrachten van naar schatting 350.000 man. Het is na tien jaar sancties verzwakt en slecht uitgerust.

Volgens waarnemers is slechts circa de helft inzetbaar in geval van oorlog. Een Britse analist schat dat de reguliere strijdkrachten binnen hooguit zes weken van aanvallen geen enkele rol meer spelen.

De berekeningen laten zien dat de Iraakse president maar weinig troepen heeft die te vertrouwen zijn. Allerlei veiligheidsdiensten kunnen worden opgetrommeld om slag te leveren in de straten van Bagdad. Dat kan in theorie gaan om 100.000 man. Er zijn onder meer de Speciale Veiligheidsdienst, het Directoraat Veiligheid, de Militaire Inlichtingendienst en speciale grensbewakingstroepen die allemaal over speciale gevechtseenheden beschikken. Voorts is er een militie van Saddams zoon Uday die berucht is door de wrede respressie waar ze zich voornamelijk mee bezig houdt.

De versplintering van veiligheidsdiensten en strijdkrachten is handig voor de leider die aan de macht wil blijven, maar in geval van oorlog kan onderlinge afgunst, rivaliteit en het gebrek aan coördinatie de gevechtskracht opbreken.

Irakese officieren hebben laten doorschemeren dat ze als verdediging vooral denken aan straatgevechten in steden. De Amerikanen moeten in Irak in eindeloze bloedbaden terechtkomen zoals ze eerder deden in Beiroet of Mogadishu. Er vallen veel slachtoffers onder de aanvallers en onder de burgerbevolking. Dat moet tot politieke problemen leiden in Washington.

Volgens een lid van het Britse Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen, Rosemary Hollis, en een gevluchte Iraakse ex-officier, Tawfiq al-Yasari, moet de strategen in het Westen toch eens gaan nadenken over een meer geraffineerde benadering van het probleem. De reeds door Saddam Hussein gewantrouwde Republikeinse Garde zou een cruciale rol kunnen spelen.

Indien de garde er van kan worden overtuigd dat de aanvallers geen wraak willen en alleen uit zijn op Saddams Husseins kliek uit Tikrit, dan zou een deel van de garde behulpzaam kunnen zijn bij een minder bloedige omwenteling dan het regime met straatgevechten voorspelt.

Tip de redactie