DEN HAAG - Rond de invoering van de chipkaart voor het openbaar vervoer die in 2007 de strippenkaart moet vervangen, wordt gevreesd voor financiële problemen. Zo zou wegens dure apparatuur een extra bedrag van 100 tot 150 miljoen euro nodig zijn. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Verkeer ontbreekt "het nog volledig aan de financiële onderbouwing" voor de dreigende extra kosten.

Daarom hebben minister Peijs van Verkeer, provincies en gemeenten maandag in een bestuurlijk overleg besloten nieuw financieel onderzoek te doen. Volgens de zegsman wordt ernaar gestreefd het onderzoek afgerond te hebben voor de behandeling van de begroting van het ministerie in de Tweede Kamer, die begin december staat gepland.

Vooralsnog heeft Peijs 90 miljoen euro gereserveerd voor de OV-chipkaart.

Gebruiksgemak

Een woordvoerder van de minister benadrukte dat de invoering van een chipkaart een idee was van de openbaar vervoerbedrijven. "De minister is daarover enthousiast wegens het gebruiksgemak en de sociale veiligheid die je ermee kan vergroten. Maar ze moet wel de zekerheid hebben dat een goed, eenduidig systeem mogelijk is voordat ze besluit de strippenkaart weg te doen."

Er wordt nu eerst bekeken of er financieel probleem is en hoe groot deze is. Daarnaast is ook nog de vraag in hoeverre de overheid en/of de markt het probleem moet oplossen.