In het afgelopen weekend zijn nog eens vijf vooraanstaande tegenstanders van de Nicaraguaanse president Daniel Ortega opgepakt door de politie. Enkelen van hen hebben het vasthouden van Ortega's tegenstanders eerder een aanval op de democratie genoemd.

De presidentsverkiezing in het Midden-Amerikaanse land wordt in november gehouden. De voormalige linkse revolutionair Ortega is sinds 2007 aan de macht. Zijn echtgenote is de vicepresident. De regering treedt steeds harder op tegen andersdenkenden. In 2018 werden demonstraties met veel geweld neergeslagen. Zeker 100.000 Nicaraguanen zijn sindsdien gevlucht.

In de afgelopen weken zijn meerdere leden van de oppositie gearresteerd op bevel van Ortega's veiligheidsapparaat. Onder hen zijn zeker vier presidentskandidaten. Ook werden in de afgelopen weken kritische journalisten door de autoriteiten ondervraagd.

Volgens de aanhangers van Ortega handhaven zij slechts de wet, die het ontvangen van financiering vanuit het buitenland of de publicatie van volgens de regering onjuiste informatie verbiedt. In verklaringen stelt de politie dat de arrestanten erop uit zijn de onafhankelijkheid en soevereiniteit van het land te ondermijnen. Daarnaast zouden ze aanzetten tot "buitenlandse inmenging in binnenlandse aangelegenheden door militaire interventies aan te vragen en financiering vanuit het buitenland te regelen".

Tijdens de recentste invallen waren onder anderen Suyen Barahona, de leider van de linkse oppositiepartij Unamos, en de voormalige generaal Hugo Torres het doelwit.

De Verenigde Staten hebben alle landen vorige week opgeroepen Ortega voortaan als dictator te behandelen. "De willekeurige arrestatie van presidentskandidaat Félix Maradiaga zou iedere twijfel over de vraag of Ortega een dictator is, moeten wegnemen. De internationale gemeenschap kan niet anders dan hem ook als zodanig te behandelen", zei Julia Chung, de Amerikaanse topdiplomaat voor Latijns-Amerika, na de derde arrestatie van een Nicaraguaanse oppositieleider binnen tien dagen.