Een van de belangrijkste lessen uit de vorige crisis is dat je niet als een gek moet bezuinigen, maar juist de economie moet stimuleren als het tegenzit. Dat heeft dit kabinet met de steunpakketten gedaan en de partijen willen dat ook blijven doen, blijkt uit de doorrekeningen van de programma's door het Centraal Planbureau (CPB). Het gevolg is dat de rekening wordt doorgeschoven naar de volgende generatie, maar is dat erg?

Het CPB is maandag bij de presentatie van de doorrekeningen duidelijk: de meeste partijen verschuiven financiële lasten naar toekomstige generaties.

De coronarekening wordt voor een groot deel doorgeschoven naar 2060. Niet alle partijen leggen eenzelfde financiële claim op de toekomst. Bij de plannen van de VVD, ChristenUnie en SGP verandert er weinig vergeleken met de huidige situatie, maar ook dan gaat de rekening naar de toekomst.

Bij D66 en de SP is de verschuiving weer het sterkst. Oorzaken zijn onder meer hogere zorgkosten, verlaging van de pensioenleeftijd (SP) en hogere uitgaven aan gratis kinderopvang (D66). Sommige kosten zijn tijdelijk, andere komen ieder jaar weer terug.

Gokken op economische groei is een risico

Het gaat in de berekeningen niet over de huidige steunpakketten waarvoor de overheid zo'n 60 miljard euro heeft uitgetrokken, die kosten zijn vorig en dit jaar gemaakt. Het planbureau kijkt naar de jaren 2022 tot en met 2025.

Hoe dan ook wordt er gegokt op economische groei. Is dat geen extra risico? "In zekere zin is dat juist", zei CPB-directeur Pieter Hasekamp in een toelichting op de doorrekeningen. Dat de economie op de korte termijn wordt aangejaagd, betekent niet dat je daar op de langere termijn altijd de vruchten van kunt plukken, legt hij uit.

"Publieke banen (zoals in de plannen van PvdA en D66, red.) leiden niet per se tot hogere werkgelegenheid op de lange termijn."

Kabinet heeft geleerd van vorige crisis

Doordat partijen de komende jaren meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, stijgt de overheidsschuld in vrijwel ieder programma. Maar blindstaren op de overheidsschuld of de stijgende uitgaven voor de komende jaren, is te kortzichtig.

Extra uitgaven jagen namelijk ook de economische groei aan. Die groei verschilt van 1,5 (ChristenUnie en SGP) tot bijna 2 (VVD, D66 en PvdA) procent per jaar. Door de kostbare plannen neemt ook de werkgelegenheid bij alle partijen toe.

Als je nu zo snel mogelijk de financiële schade wil repareren door fors te bezuinigen, dan bestaat het risico dat de economische groei wordt afgeknepen nog voordat de weg omhoog is ingezet. Dat is een van de lessen die het kabinet heeft getrokken uit de vorige financiële crisis van tien jaar geleden. "Je moet bijna overreageren", zei demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) al in het voorjaar.

Overheidsschuld blijft binnen veilige marges

De overheidsschuld blijft bovendien in de doorrekeningen in ieder geval tot 2025 binnen de veilige marges. Een overheidsschuld van 80 tot 100 procent van de omvang van de economie wordt gezien als veilig. "Pas daarna wordt het echt vervelend", zei Hasekamp.

Hier zit wel een gevoelig punt, want deze veilige marge hangt sterk samen met de rente die de Nederlandse overheid op de schuld moet betalen. Die rente is al heel lang heel erg laag en soms negatief, waardoor Nederland op leningen er zelfs geld bij krijgt.

"Als de rente stijgt - en dat zit niet in onze sommen - dan stijgt de staatsschuld forser", aldus Hasekamp. De renteontwikkeling is grillig, de overheid heeft daar geen invloed op. Wanneer de schuld onhoudbaar wordt, is volgens de CPB-directeur dus niet zomaar aan te geven.

Schone lucht en onderwijs niet te zien bij opbrengsten

Misschien wel de belangrijkste disclaimer bij deze economische cijfers zijn de kosten die niet in economische groei zijn uit te drukken. Partijen die veel investeren in schone lucht, innovatie of onderwijs, zien dat in de CPB-modellen alleen terug bij de uitgaven, terwijl het tot hogere groei en meer welvaart kan leiden.

Er zijn op dit moment simpelweg nog geen manieren om die effecten door te kunnen rekenen, zei Hans Mommaas, directeur van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL). "Je wil niet alleen de kosten van klimaatverbetering in kaart brengen, maar ook de opbrengsten ervan, zoals schonere lucht."

Of het erg is dat de rekening wordt doorgeschoven, hangt af van wat ermee is gekocht. Leidt het tot hogere groei, meer banen en blijft de staatsschuld binnen de veilige marge, dan kan een volgende generatie daar vooral van profiteren. Een stijgende rente of een nieuwe economische crisis kunnen alleen roet in het eten gooien.