RIJSWIJK - Het proces tegen de Iraakse oud-president Saddam Hussein is woensdag opgeschort tot 28 november. De raadsman van de oud-dictator had eerder om een verdaging van drie maanden van het proces gevraagd. Saddam Hussein en zijn zeven medegedaagden hebben voor het Iraakse Speciale Tribunaal gezegd onschuldig te zijn aan de aanklachten. Ze werden aangeklaagd wegens een bloedbad in Dujail in juli 1982.

Bekijk video: Modem/ Breedband

"Ik ben niet schuldig. Ik ben onschuldig", zei de 68-jarige Saddam Hussein nadat de aanklachten waren voorgelezen. De acht verdachten kunnen de doodstraf krijgen als ze schuldig worden bevonden.

Moord en marteling

Rechter Rizgar Mohammed Amin zei dat ze zijn aangeklaagd wegens onder meer moord en marteling. Na een mislukte aanslag op het konvooi van Saddam Hussein in Dujail werden 143 mensen geëxecuteerd.

Naam

Saddam weigerde aan het begin van het proces zijn naam te noemen, ondanks herhaald aandringen van de rechter. Saddam zei alleen dat hij 'president van Irak' is en een 'Arabier'. Ook erkent hij de het gezag van het hof niet. Dat blijkt uit opnames van het proces die met ongeveer een halfuur vertraging worden uitgezonden.

Executies

Deze eerste zaak draait om de dood van 143 inwoners van de sjiitische stad Dujail die in 1982 werden geëxecuteerd uit wraak na een mislukte aanslag op Saddam. Ook werd het centrum van Dujail gebombardeerd. Naast de executies werden honderden opgepakte bewoners jarenlang opgesloten in detentiekampen in de woestijn.

Zittingsdag

Naast Saddam Hussein staan voor deze zaak nog zeven mannen terecht onder wie oud-vice-president Taha Yassin Ramadan. Op de eerste zittingsdag worden de verdachten geïdentificeerd, de aanklachten voorgelezen en dienen de advocaten moties in. De verdediging heeft al aangekondigd om een verdaging van zeker drie maanden te zullen vragen, omdat zij zich onvoldoende heeft kunnen voorbereiden.

Veroordeling

Saddam kan ter dood worden veroordeeld. Mensenrechtengroepen maken zich ongerust over de rechtsgang. Zo maakt de Amerikaanse organisatie Human Rights Watch (HRW) zich "ernstige zorgen" over de capaciteit van het tribunaal om een eerlijk proces te houden. De druk van de Iraakse regering om het proces snel af te ronden, is groot.

Proces

Het proces moet de kroon worden op het werk van de Amerikanen die Irak in 2003 binnenvielen en de dictator verdreven. De ex-dictator moet zich verantwoorden voor de dood van vele duizenden Irakezen. Deskundigen probeerden in het verleden zijn brute optreden te verklaren door nare ervaringen uit zijn jeugd en de wrede maatschappij in het Irak van die tijd.

Saddam Hussein werd op 28 april 1937 als boerenzoon geboren in een dorpje bij Tikrit aan de rivier de Eufraat. Het maatschappelijk leven werd er bepaald door stammenstrijd, familievetes en bloedige eerwraak. Zijn vader Hussein al-Majid was een landloze boer die van het toneel verdween nog voordat de kleine Saddam ter wereld kwam. Over zijn ouders deden veel roddels de ronde, waardoor de jonge Saddam het voorwerp werd van spot en pesterijen.

Familie

Dat veranderde niet toen zijn moeder hertrouwde met de broer van haar eerste man. De relatie tussen Saddam en zijn stiefvader, die hem placht uit te schelden voor hoerenzoon, was ronduit slecht. Volgens Iraakse wetenschappers leidden deze ervaringen bij Saddam tot een minderwaardigheidscomplex dat de basis legde voor zijn wreedheid en hang naar absolute macht.

Uiteindelijk ontfermde zijn oom Khairallah Tulfah, die betrokken was bij een staatsgreep in 1941, zich over de boerenjongen. Saddam verhuisde in 1955 naar Bagdad met Khairallah, die hem naar de middelbare school stuurde.

Saddam raakte geïnteresseerd in politiek en raakte beïnvloed door het Arabisch nationalisme dat in die periode in het Midden-Oosten sterk opkwam. Al snel werd hij lid van de nationalistische Baath (wedergeboorte)-partij. In 1958 zat hij enkele maanden gevangen omdat hij betrokken zou zijn geweest bij een aanslag op een regeringsfunctionaris.

In datzelfde jaar kwam er een einde aan de jonge monarchie toen generaal Abdul Karim Qassem een staatsgreep pleegde en het Hasjemitisch koningshuis verdreef. Een jaar later raakte Saddam betrokken bij een aanslag op generaal Qassem. De couppoging mislukte en Saddam vluchtte naar Egypte, waar hij rechten ging studeren.

Baath-partij

In 1963 greep de Baath de macht. Maar de partij werd bij een tegencoup weer verdreven en Saddam verdween voor twee jaar achter de tralies. Pas in 1968 lukte het de Baath om definitief aan de macht te komen. Saddams neef Ahmad Hassan al-Bakr werd toen president. Maar achter de schermen had Saddam zich inmiddels opgewerkt tot de tweede man binnen het regime en had hij de touwtjes in handen.

President

In 1979 werd Saddams macht bezegeld met zijn officiële benoeming tot president van Irak en opperbevelhebber van het leger. Uit angst zijn macht kwijt te raken, zuiverde hij de partijtop. Honderden mensen werden geëxecuteerd. Hij stelde veiligheidsdiensten in die meedogenloos met zijn politieke tegenstanders afrekenden. Ook versterkte hij zijn machtsbasis door zich te omringen met mensen uit Tikrit die hem trouw zwoeren.

Iran

In 1980 dacht Saddam handig gebruik te maken van de onrust in buurland Iran, waar een jaar eerder de islamitische revolutie had plaatsgevonden. Hij viel het land binnen. Het werd het begin van een acht jaar durende, bloedige oorlog, waarbij vele tienduizenden werden gedood. Bagdad zette op grote schaal chemische wapens in tegen het veel grotere Iraanse leger. De dictator kreeg toen volop steun van het Westen dat hem zag als buffer tegen de Perzische horden.

Om de oorlog te voeren, leende Saddam Hussein miljarden van Saudi-Arabië en Koeweit. Hij wilde het geleende geld later niet aan Koeweit terugbetalen, maar het emiraat wilde de schuld niet kwijtschelden. Toen Koeweit bovendien meer olie ging produceren, waardoor de olieprijzen daalden (en Saddam minder inkomsten kreeg), besloot Bagdad in 1990 het oliestaatje binnen te vallen.

Koeweit

Voor de Iraakse president bleek de inval in het kleine buurland het begin van het einde te zijn. De internationale gemeenschap accepteerde de annexatie van Koeweit niet. In 1991 verdreven de geallieerden onder leiding van de Verenigde Staten het Iraakse leger.

Saddam Hussein werd onder toezicht werd gesteld van de Verenigde Naties. De VN eisten dat Irak zijn massavernietigingswapens zou ontmantelen en stelden een economische boycot in om dit af te dwingen. Ook werden inspectieteams naar Irak gestuurd die op de ontwapening moesten toezien. Volgens Washington werkte Saddam onvoldoende mee, waardoor de weg werd vrijgemaakt voor zijn eigen ondergang.

In maart 2003 vielen Amerikaanse troepen het land in en hadden zij binnen drie weken Bagdad veroverd. Na driekwart jaar zoeken wisten zij Saddam te arresteren.