Mensen die het vaccin van Pfizer en BioNTech toegediend krijgen, krijgen niet na drie, maar pas zes weken na de eerste prik hun tweede dosis. Dit maakte minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) woensdag bekend.

Het Europese medicijnagentschap EMA heeft gesteld dat er maximaal zeven weken tussen de toediening van de eerste en tweede dosis mag zitten. Volgens het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen is aangetoond dat het vaccin werkt als er drie tot maximaal zes weken tussen de twee prikken zitten.

Door meer tijd tussen de twee prikken aan te houden, kunnen sneller meer mensen een eerste keer worden ingeënt. Ook helpt de aanpassing volgens De Jonge verspilling tegen te gaan en hoeft er minder voorraad van het vaccin te worden aangehouden.

De verwachting is dat mensen na één dosis al een beetje beschermd zijn tegen COVID-19. Het Pfizer-vaccin is pas na de tweede dosis voor 95 procent effectief.

Afspraken die nu al zijn gemaakt voor het ontvangen van een tweede dosis blijven, volgens een woordvoerder van het RIVM, staan.

Vaccinonderzoek van Pfizer

Pfizer adviseert het vaccin drie weken na de eerste dosis toe te dienen. Met deze tussenperiode is ook gewerkt in het onderzoek dat voor de goedkeuring van het vaccin is uitgevoerd.

In de analyse van de onderzoeksresultaten zijn echter ook mensen meegenomen die de tweede dosis maximaal 42 dagen na hun eerste prik kregen. Ook met deze tussenperiode lijkt het vaccin effectief. Daarom kan de tweede dosis volgens de Gezondheidsraad en het CBG dus ook na zes weken worden gegeven.